Categorieën
Voltooiing

Eeuwig Leven in het hier en nu: is dat mogelijk?

Een korte noot vooraf. Eeuwig Leven in het hier en nu, zonder eerst lichamelijk te sterven, vraagt om de nodige uitleg en onderbouwing. Daarom heeft dit artikel meer het karakter van een studie gekregen.

Eeuwig Leven is een werkelijkheid van het heden

Wanneer Johannes over eeuwig Leven spreekt, valt iets op: hij spreekt niet alleen over een toekomstige werkelijkheid, maar nadrukkelijk over iets wat nu al aanwezig is.

“Opdat ieder die gelooft, in hem eeuwig leven heeft.” (Johannes 3:15)

“Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven.” (Johannes 3:36)

“Wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; … hij is van de dood overgegaan naar het leven.” (Johannes 5:24)

“Dit getuigenis luidt: God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in zijn Zoon.” (1 Johannes 5:11)

Eeuwig Leven wordt vaak vooral verbonden met wat na de lichamelijke dood komt. Johannes schrijft echter steeds: heeft eeuwig Leven. Niet: zal het ooit ontvangen.

Jezus verkondigde het Koninkrijk van God als een werkelijkheid die nabij was gekomen. Dat roept de vraag op waarom eeuwig Leven uitsluitend naar een toekomst na onze lichamelijke dood zou moeten worden verplaatst en alleen betrekking zou hebben op onze geest of ziel.

Mijn overtuiging is dat het mogelijk is om vanuit ons fysieke bestaan het eeuwige Leven binnen te gaan: naar geest, ziel én lichaam. De brieven van Paulus laten zien dat deze verwachting sterk leefde onder de eerste volgelingen van Jezus.


Van de sfeer van dood naar het Leven

Door de kennis van goed en kwaad kwam de mens terecht in een bewustzijn waarin oordeel, veroordeling, zonde en dood gingen heersen. De hele schepping werd daardoor dienstbaar aan de vergankelijkheid.

De periode van het oude verbond, waarin Israël onder de wet van Mozes leefde, vormt daarvan een zichtbaar schaduwbeeld. Paulus noemt deze werkelijkheid de ‘bediening van de dood’. Zolang de bedekking van de letter en het denken in goed en kwaad aanwezig blijft, houdt dit verduisterde bewustzijn de mens gevangen in de sfeer van dood.

Wanneer dood en vergankelijkheid het fundamentele probleem vormen, moet bevrijding uiteindelijk ook betrekking hebben op die vergankelijkheid. Het evangelie gaat dan niet over ontsnappen uit het lichaam, maar over de bevrijding en transfiguratie van het menselijke bestaan.

Daarom schrijft Paulus dat de schepping uitziet naar het openbaar worden van de zonen van God, omdat ook zij zal worden bevrijd van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid (Romeinen 8:19-21).

Het lichaam van vlees en bloed kan het Koninkrijk van God niet beërven (1 Korintiërs 15:50). Het moet een metamorfose ondergaan waardoor het menselijke bestaan volledig gaat participeren in het goddelijke Leven.


De verwachting van de eerste generatie

Ik geloof dat deze verwachting voor de eerste generatie volgelingen van Jezus daadwerkelijk tot vervulling is gekomen.

In het jaar 70 na Christus, nadat zij overeenkomstig de waarschuwing van Jezus naar de bergen van Judea waren gevlucht (Matteüs 24:15-18), werden zij opgenomen in heerlijkheid (1 Tessalonicenzen 4:17). Vanuit hun fysieke bestaan ontvingen zij een verheerlijkt lichaam, zonder eerst de tweede lichamelijke dood te zien.

Paulus beschrijft deze verwachting in Romeinen 8:

“En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont.” (Romeinen 8:11)

En:

“Ook de schepping zelf zal van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. (…) Ook wij zelf (…) zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam.” (Romeinen 8:21-23)

De bevrijding waar Paulus over spreekt betekent niet dat wij van ons lichaam worden verlost, maar dat ons lichaam zelf wordt bevrijd van vergankelijkheid.

De Geest die in ons woont, is het onderpand van deze heerlijkheid. Daarom noemt Paulus Christus in ons de hoop op heerlijkheid (Kolossenzen 1:27).


Van heerlijkheid tot heerlijkheid

Deze verandering begint bij het verdwijnen van de bedekking die ons bewustzijn verduistert.

“En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is.” (2 Korintiërs 3:18)

Waar de bedekking verdwijnt, begint de metamorfose. Het bewustzijn wordt geopend voor de goddelijke werkelijkheid die reeds aanwezig is en uiteindelijk wordt ook het lichaam daarin betrokken.

Paulus noemt ons lichaam een tempel van de Heilige Geest en zegt:

“Verheerlijkt dan God met uw lichaam.” (1 Korintiërs 6:20)

Ons lichaam is dus niet iets wat uiteindelijk moet worden achtergelaten. Het is de plaats waar het Christus-Leven zichtbaar wordt.


Niet ontkleed, maar overkleed

Ook in 2 Korintiërs 5 klinkt deze verwachting duidelijk door.

“Want wij, die nog in een tent wonen, zuchten bezwaard, omdat wij niet ontkleed, doch overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden. God is het, die ons juist daartoe bereid heeft en die ons de Geest tot onderpand gegeven heeft.” (2 Korintiërs 5:4-5)

Paulus verlangt niet naar ontkleding, maar naar overkleding. Niet naar het verlaten van zijn lichaam, maar naar een bestaanswijze waarin het sterfelijke door het Leven wordt verslonden.

Deze verwachting gold volgens Paulus voor de generatie waarin hij leefde. Jezus had immers gezegd dat deze dingen zouden plaatsvinden binnen die generatie (Matteüs 23:36; 24:34; Lukas 21:32).

Ook Petrus spreekt over deelname aan de goddelijke natuur en het ontkomen aan het verderf (2 Petrus 1:3-4). De bestemming van de mens is participatie in het goddelijke Leven en bevrijding uit de macht van het verderf.


De krans van heerlijkheid

Petrus vergelijkt de verheerlijking met het ontvangen van de onverwelkelijke krans van heerlijkheid:

“En wanneer de Opperherder verschijnt, zult gij de onverwelkelijke krans der heerlijkheid verwerven.” (1 Petrus 5:4)

Bij de Opperherder gaat het om Christus, die naar mijn overtuiging in 70 na Christus is verschenen. Ook Jezus van Nazareth ontving deze heerlijkheid. De opstandingskracht van Christus werd in hem lichamelijk zichtbaar en zijn overgang naar de verheerlijkte bestaanswijze werd met zijn hemelvaart definitief.

Daarin zie ik de Weg die ook voor anderen naar lichamelijke verheerlijking leidt.


Jezus is de Weg naar verheerlijking

Een bekende verwachting is dat Jezus van Nazareth vanuit zijn verheerlijkte bestaanswijze opnieuw lichamelijk op aarde zal verschijnen.

Vanuit het perspectief dat hier wordt ontvouwd, ligt het accent op een andere beweging: wij worden vanuit de sfeer van dood en verduistering binnengeleid in de werkelijkheid van het Koninkrijk van God.

Jezus is daarin de Weg voorgegaan. Daarom worden de eerste gelovigen in Handelingen mensen van de Weg genoemd.

“Deze mensen zijn dienstknechten van de allerhoogste God, die u de Weg tot behoudenis verkondigen.” (Handelingen 16:17; zie ook Handelingen 9:2; 18:26; 19:23; 22:4; 24:22)

Wij zullen Jezus ook volgen in zijn Weg naar de verheerlijking van het lichaam:

“Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt.” (Filippenzen 3:21)


Christus in ons: het verborgen mysterie

De verwachting van lichamelijke verheerlijking in het hier en nu verdient daarom opnieuw aandacht.

Persoonlijk geloof ik dat de uiteindelijke opname in heerlijkheid een collectieve gebeurtenis zal zijn en niet een proces waarbij mensen één voor één verdwijnen.

Ook in 70 na Christus ging het volgens mij om een collectieve gebeurtenis van een relatief kleine groep volgelingen van Jezus. Zij waren door de verkondiging van Jezus en Paulus tot wedergeboorte gekomen en hadden hun verwachting gesteld op de Geest als onderpand van hun uiteindelijke verheerlijking.

Centraal daarin staat het mysterie van Christus in ons:

“Het mysterie, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan zijn heiligen. Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit mysterie is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid.” (Kolossenzen 1:26-27)

Christus in ons is geen werkelijkheid die pas door geloven ontstaat. Het is een werkelijkheid waarvan de mens zich bewust mag worden. Het mysterie was eeuwenlang verborgen, maar niet afwezig.

De bewustwording van deze Christus-werkelijkheid opent de weg naar wedergeboorte, metamorfose en uiteindelijk verheerlijking.


Henoch, Mozes en Elia

Ook vóór Jezus vinden we in de Bijbel enkele bijzondere voorbeelden. Van Henoch wordt verteld dat God hem wegnam (Genesis 5:24). Van Mozes en Elia geloof ik dat zij eveneens vanuit hun fysieke bestaan in heerlijkheid zijn opgenomen.

Dat juist Mozes en Elia bij Jezus op de berg van verheerlijking verschijnen, lijkt mij geen toeval. Jezus onderging daar voor een moment een zichtbare verheerlijking.

Over Mozes lezen we dat hij op honderdtwintigjarige leeftijd stierf, terwijl zijn oog niet verduisterd en zijn kracht niet geweken was, en dat niemand zijn graf heeft gekend (Deuteronomium 34:5-7).

Over Elia lezen we dat hij in een storm ten hemel voer en uit het zicht van Elisa verdween (2 Koningen 2:11-12). Of deze beschrijving letterlijk moet worden opgevat, is de vraag. Zij kan ook verwijzen naar Elia’s overgang vanuit zijn fysieke bestaan naar heerlijkheid.

Opvallend is bovendien dat twee mannen in blinkende kleding verschijnen rond de verheerlijking op de berg (Lukas 9:30), bij de opstanding (Lukas 24:4) en bij de hemelvaart (Handelingen 1:10). Ook de twee getuigen uit Openbaring 11 dragen kenmerken die aan Mozes en Elia herinneren.

Ik vermoed daarom dat Mozes en Elia getuigen zijn geweest van de opstanding en hemelvaart van Jezus en zelf eveneens vanuit hun fysieke bestaan in heerlijkheid zijn opgenomen.


Van individuele verheerlijking naar kosmische voltooiing

Wat in Jezus zichtbaar werd en wat volgens mij in 70 na Christus door een eerste groep mensen werd ervaren, staat niet op zichzelf. Het wijst vooruit naar een veel grotere voltooiing.

De uiteindelijke bestemming betreft niet slechts individuele mensen, maar de gehele schepping. Paulus ziet de schepping zuchten in afwachting van haar bevrijding uit de vergankelijkheid.

Daarom geloof ik dat deze beweging zich uiteindelijk op veel grotere schaal zal voltrekken: voor de mensheid en uiteindelijk voor de gehele schepping.

De Geest is reeds aanwezig. Christus in ons is reeds werkelijkheid. Het goddelijke Leven is niet afwezig. Wat ontbreekt, is het volledig doorbreken van de bedekking in het menselijke bewustzijn en de uiteindelijke transfiguratie die daarmee samenhangt.


Het evangelie van het Koninkrijk als boodschap van Leven

Vanuit dit perspectief vraagt de verkondiging van het evangelie om een beweging voorbij het denken in schuld, wet en vergelding.

Wanneer de mens eerst vanuit de wet als zondaar wordt benaderd en de kruisdood van Jezus vervolgens noodzakelijk wordt om vergeving te kunnen ontvangen, blijft het accent liggen op categorieën die bij het oude verbond horen. Paulus spreekt over de bediening van de dood.

De jonge wijn van het evangelie van het Koninkrijk opent een ander perspectief: onvoorwaardelijke Liefde, radicale Genade en maximale inclusiviteit. Mensen mogen worden aangesproken op hun diepste identiteit: Christus in ons. Niet vanuit de identificatie met het vlees en de oude mens, maar vanuit de werkelijkheid die in Christus aan het Licht komt.

De Christus-werkelijkheid is niet exclusief aan Jezus voorbehouden. In hem werd zichtbaar wat uiteindelijk voor de gehele mensheid bestemd is. Wanneer het bewustzijn voor deze werkelijkheid ontwaakt, kan het Christus-Leven steeds verder zichtbaar worden en opent zich de weg naar de uiteindelijke collectieve verheerlijking van de mensheid.

Daarin ligt voor mij de betekenis van een nieuwe Reformatie: een herontdekking van het evangelie van het Koninkrijk als boodschap van Leven, bevrijding, metamorfose en universele hoop.

Het evangelie nodigt ons uit om vanuit dat Licht te leven — totdat het sterfelijke volledig door het Leven wordt verslonden en God uiteindelijk alles in allen is.

Reflectievragen
  • Zie jij eeuwig Leven vooral als iets voor na je lichamelijke dood, of als een werkelijkheid waarin je nu al kunt participeren?
  • Wat verandert er wanneer je dood en Leven niet alleen biologisch, maar ook als verschillende bestaanswijzen leert verstaan?
  • Wat betekent het voor jouw leven wanneer lichamelijke verheerlijking niet ontsnapping uit de schepping is, maar juist de voltooiing ervan?

Lees ook de artikelen over Onsterfelijkheid en Eeuwig Leven in plaats van lichamelijk sterven.


Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.

Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.


Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.

Één reactie op “Eeuwig Leven in het hier en nu: is dat mogelijk?”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *