Een belijdenis van vertrouwen

Deze woorden zijn geen belijdenis van geloof in de zin van het onderschrijven van vaststaande leerstellingen. Het gaat ons niet om rationele instemming met dogma’s, maar om vertrouwen — een geleefd, relationeel antwoord op wat zich aandient als waarheid.

Het Griekse woord pistis, dat in het Nieuwe Testament vaak met “geloof” wordt vertaald, heeft primair de betekenis van vertrouwen, trouw en toevertrouwen. In die zin spreken wij hier niet over wat wij voor waar houden, maar over waar wij ons aan toevertrouwen — de Christus-werkelijkheid waarin wij ons gedragen weten.

1
Wij geloven dat God de oorsprong en dragende grond is van de schepping. Alles wat werkelijk is, bestaat in een werkelijkheid die vanaf het begin door het Leven van God wordt gedragen.

2
Wij vertrouwen in de Christus, die als de door de Geest gezalfde werkelijkheid alles omvat en als levende werkelijkheid alles doordringt. In Christus is niets op zichzelf staand, maar alles is relationeel met elkaar verbonden en gericht op voltooiing.

3
Wij geloven dat in Jezus van Nazareth deze Christus-werkelijkheid zichtbaar is geworden — niet als een onherhaalbare uitzondering, maar als openbaring van wie ieder mens in essentie is en geroepen is te zijn.

4
Wij vertrouwen op de Geest als de levende tegenwoordigheid van het Christus-Leven zelf. Wat wij ontvangen, is geen toevoeging van buitenaf, maar het ontwaken tot wat altijd al in ons aanwezig was, al werd het niet als zodanig gekend.

5
Wij geloven dat het evangelie de blijde boodschap is van het Koninkrijk van God: de Christus-werkelijkheid die vanaf het begin aanwezig is geweest, maar voor velen nog verborgen is. Verlossing betekent bevrijding uit een verduisterde bestaanswijze en het ontwaken voor de Christus-werkelijkheid — en niet een goddelijke vrijspraak van schuld.

6
Wij geloven in een transformatie als werkelijke deelname aan het goddelijke Leven dat de schepping draagt. Waar vertrouwen groeit, wordt het Christus-Leven zichtbaar — in mensen, in liefdevolle relaties en in de wereld om ons heen.

7
Wij vertrouwen erop dat de geschiedenis van de schepping beweegt naar haar voltooiing: dat God alles in allen is. Wat vanaf het begin verborgen aanwezig was, zal zichtbaar worden — als de werkelijkheid van alles wat is, en altijd al was.