We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them.”
— Albert Einstein
Als het eten van de boom van kennis van goed en kwaad de vloek van zonde en dood heeft voortgebracht, roept dat de vraag op of werkelijke bevrijding mogelijk is zolang ons denken binnen datzelfde kader van goed en kwaad blijft functioneren. Ook wanneer vergeving centraal staat, kan het onderliggende denken in wet, overtreding, schuld en herstel blijven bestaan.
“Gij zijt los van Christus (Grieks: katargeo), als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij.” (Galaten 5:4)
Paulus zegt hier dat Christus inactief of krachteloos wordt gemaakt (Grieks: katargeo) wanneer wij onze gerechtigheid blijven zoeken via de wet. Het gevolg daarvan is dat wij buiten de genade van Christus komen te staan. Dat roept de vraag op wat Paulus bedoelt met gerechtigheid door de wet en wat dan de genade van Christus is.
Twee systemen van bewustzijn: wet en genade
Wanneer gerechtigheid wordt verstaan vanuit wet, overtreding, schuld en vergeving, ontstaat een juridisch kader waarin de mens door overtreding schuldig komt te staan en vervolgens vergeving nodig heeft om daarvan te worden bevrijd.
Ook het kruis kan vanuit dit kader worden verstaan: Jezus heeft gedaan wat de mens zelf niet kon doen en door zijn offer wordt vergeving mogelijk.
De vraag die ik in deze blog wil onderzoeken, is of Paulus met de genade van Christus binnen ditzelfde denkkader bleef of juist een beweging beschrijft die daar voorbijgaat.
De wet als cyclisch systeem van bescherming
Paulus schrijft:
“Doch voordat dit geloof (het geloof van Christus) kwam, werden wij onder de wet in verzekerde bewaring gehouden met het oog op het geloof (het geloof van Christus), dat geopenbaard zou worden.” (Galaten 3:23)
Daarmee wordt de wet niet slechts een verzameling geboden, maar een volledig functionerend systeem waarin overtreding leidt tot schuld, schuld een offer vraagt, het offer vergeving brengt en vergeving het leven verlengt.
Wet → overtreding → schuld → (zond)offer → vergeving → verlenging van leven
Dit is wat Paulus de gerechtigheid van de wet noemt, een systeem dat Mozes bevestigt met de woorden:
“Gij zult mijn inzettingen en mijn verordeningen in acht nemen; de mens die ze doet, zal daardoor leven: Ik ben de HERE.” (Leviticus 18:5; Romeinen 10:5)
Binnen dat systeem was er dus wel degelijk sprake van een vorm van genade, maar een cyclische en begrensde genade: telkens opnieuw overtreden, telkens opnieuw offeren, telkens opnieuw vergeven. Het bracht bescherming doordat het het leven gaande hield, maar bracht geen innerlijke transformatie.
De beperking van de wet: geen vervolmaking van bewustzijn
Hoewel dit systeem van de wet een zekere orde en bescherming gaf en een bepaalde mate van heerlijkheid kende (2 Korintiërs 3:7-9), lezen we in Hebreeën:
“Het was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd. In overeenstemming daarmee werden er gaven en slachtoffers geofferd die niet in staat waren om hem die de dienst verrichtte, het bewustzijn tot volmaaktheid te brengen.” (Hebreeën 9:9)
Het probleem is dus niet dat er geen vergeving was, maar dat het bewustzijn niet tot vervolmaking kwam. De mens bleef binnen hetzelfde patroon van denken in goed en kwaad, schuld en herstel.
Binnen deze cyclische structuur bleef het innerlijke referentiekader onaangetast. Daardoor bleef ook de herhaling van schuld en herstel in stand.
De genade van Christus: voorbij het systeem
De genade van Christus gaat vanuit dit perspectief niet over een betere versie van hetzelfde systeem, maar over het doorbreken van het systeem zelf.
Wanneer de uitspraak dat Jezus “de wet voor ons heeft vervuld” zo wordt verstaan dat de structuur wet → overtreding → offer → vergeving intact blijft, blijft ook het onderliggende juridische denkkader bestaan.
Paulus wijst met de genade van Christus echter op een gerechtigheid die niet uit de wet voortkomt.
De wet als tijdelijke bediening
Paulus noemt de wet “de bediening des doods” (2 Korintiërs 3:7), niet omdat zij slecht was, maar omdat zij niet in staat was het bewustzijn werkelijk te transformeren.
Zolang gerechtigheid wordt gezocht binnen dit systeem, blijft het bewustzijn verbonden met schuld, oordeel en herhaling.
Daarom schrijft Paulus:
“Christus is het einde der wet, tot gerechtigheid voor een ieder, die gelooft.” (Romeinen 10:4)
Vanuit deze lezing betekent dit niet dat er een nieuw juridisch systeem voor het oude in de plaats komt, maar dat het hele denkkader van wet en schuld zijn einde vindt in Christus.
De reikwijdte van genade: wet versus Christus
De reikwijdte van de genade of gerechtigheid van de wet gaat minder ver dan de genade of gerechtigheid van Christus. De genade die binnen het systeem van de wet werkzaam was, kunnen we zien als een voorafschaduwing van de genade van Christus.
De genade van Christus reikt tot volkomen verlossing van de vloek van zonde en dood, door de daadwerkelijke overgang in ons bewustzijn van duisternis naar Licht.
Christus in ons: de werkelijke verschuiving
De kernverschuiving is dit: God functioneert niet binnen het model van goed en kwaad zoals wij dat kennen. God rekent niet vanuit de kennis van goed en kwaad.
Wanneer wij God voorstellen als iemand die eerst toornig is en vervolgens door een offer verzoend moet worden, bekijken we God vanuit een menselijk kader van schuld, oordeel en herstel.
Wij zijn geschapen naar Gods beeld. Christus in ons vormt de ware identiteit van ieder mens. Het probleem is daarom geen objectieve scheiding tussen God en mens, maar een staat van bewustzijn waarin die eenheid niet wordt herkend en de “wet van zonde en dood” als vloek werkzaam blijft.
Zodra dit bewustzijn wordt gereinigd, verliest het systeem van wet, schuld en vergeving zijn bepalende plaats. Niet omdat God verandert, maar omdat wij gaan zien wat altijd al waar was.
Van wet naar levende openbaring
Door het mysterie Christus in ons wordt een werkelijkheid zichtbaar die voorbij het systeem van de wet reikt.
De Geest ten leven komt in ons tot opstanding door geloof in de radicale genade van Christus, buiten het systeem van wet en offer om.
Door deze bekering wordt het bewustzijn gereinigd en komt Christus in ons tot opstanding, waardoor wij ons bewust worden van onze ware identiteit als zonen en dochters van God.
Het evangelie van het Koninkrijk als openbaring
Daarmee komt de vraag naar voren wat de blijde boodschap van het evangelie dan inhoudt wanneer verlossing niet primair wordt verstaan vanuit een systeem van wet, schuld, offer en vergeving.
Het evangelie van het Koninkrijk openbaart een werkelijkheid die altijd al aanwezig is geweest. Het is de jonge wijn waarover Jezus sprak. Wanneer dit evangelie opnieuw wordt verstaan binnen het patroon van wet, schuld en vergeving, blijven oud en nieuw met elkaar vermengd.
Het evangelie van het Koninkrijk opent een ander perspectief: Christus in ons is de hoop op heerlijkheid. Niet als toekomstige uitkomst van een juridisch proces, maar als huidige werkelijkheid die zichtbaar wordt in een gereinigd bewustzijn.
“Hebt gij de Geest ontvangen ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het geloof? Zijt gij zo onverstandig? Gij zijt begonnen met de Geest, eindigt gij nu met het vlees? … Die u de Geest schenkt en krachten onder u werkt, doet Hij dit ten gevolge van werken der wet, of van de prediking van het geloof?” (Galaten 3:2-5)
De blijde boodschap van het Koninkrijk is dat het Koninkrijk altijd al in ons aanwezig is geweest. Christus in ons is onze hoop op heerlijkheid. De hele mensheid vormt het lichaam van Christus. Gods gerechtigheid — de bevrijding van de vloek van zonde en dood — ontvangen we door geloof en niet door het systeem van wet en offer.
“In brandoffers en zondoffers hebt Gij geen welbehagen gehad.” (Hebreeën 10:6)
Slot
Het evangelie van het Koninkrijk opent de weg voorbij het denken vanuit wet, schuld en veroordeling. Het is de openbaring van Gods genade in Christus, die ons bewustzijn van binnenuit vernieuwt en ons bevrijdt uit de macht van zonde en dood.
“Ik schaam mij dit evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die het gelooft.” (Romeinen 1:16)
Reflectievragen
- In hoeverre herken jij dat jouw denken nog gebaseerd is op de kennis van goed en kwaad?
- Kun jij onderscheiden of jouw geloof gericht is op uiterlijke vergeving, of op innerlijke transformatie van je bewustzijn?
- In hoeverre geloof jij werkelijk dat niets jou kan scheiden van de liefde van Christus?
Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.
Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.

16 reacties op “Genade onder de wet versus de genade van Christus”
Hoe verhoudt zich dit tot de uitspraak van Jezus dat hij niet gekomen is om de wet af te schaffen, maar deze te vervullen? Of dat er geen jota en tittel zal wijzigen aan de wet?
Kan er geconcludeerd worden dat de wet een noodzakelijkheid is om niet tot wanorde te vervallen in een wereld, gedomineerd door duisternis (onbewust van het Christelijk licht) maar dat de genade zijn rol gaat spelen nadat die duisternis is verdreven (een wereld die wel gevuld is met dat licht)?
En met wereld bedoel ik dan niet alleen de uiterlijke (maatschappelijk/sociale) wereld die toch enigszins georganiseerd dient te worden, maar ook de eigen innerlijke wereld, die door de wet enigszins gedisciplineerd kan worden. (die twee aspecten hangen overigens samen).
De samenvatting van de wet is God liefhebben boven alles en dat is gelijk aan onze naasten liefhebben als onszelf. Deze wet op zich is volmaakt goed. Alleen moeten we niet proberen om vanuit onze menselijke (lees: vleselijke) mogelijkheden de wet te vervullen. De wet kan alleen door Christus vervuld worden. Christus is als het ware de wet die in ons hart is geschreven. Zolang mensen nog naar het vlees wandelen, is de wet (op stenen gegrift) een ‘bewaker’ totdat Christus in ons opstaat. Als Christus in ons is opgestaan, wandelen we in het Licht en hebben we de wet op stenen tafelen niet meer nodig. Is hiermee jouw vraag voldoende beantwoordt?
Ja hoor. Dankje! Je lijkt mijn aanname te bevestigen dat beiden, in verschillende fases van bewustzijnsontwikkeling noodzakelijk zijn. In die zin wordt de wet inderdaad niet afgeschaft maar vervuld.
Dank nogmaals.
Klopt! Met een kleine kanttekening, in principe is het voor iedereen mogelijk om ‘in Christus’ te geraken. Zolang we echter ‘leunen’ op de (uiterlijke) wet, blokkeren we onze groei in bewustzijn.
Als we op wet leunen worden we als de farizeeers maar begrijpen we de essentie van de wet niet. Dan vervallen we in oordeel, schuld en straf.
Klopt helemaal. En dan moeten we ook blijven offeren ofwel steeds naar Jezus als ons zondoffer blijven verwijzen. Buiten de genade en los van Christus zijn we dan volgens Paulus.
Ha Peter, ik ben op je blog terecht gekomen via het CIP artikel. Mooi! Zelf ben ik al sinds 2004 bezig met het verspreiden van de boodschap dat wet en genade niet tegenovergestelden zijn, maar juist samenkomen als we de wet gaan vervullen zoals Jezus Christus dad deed, in liefde. Ik hoor er eigenlijk niemand over, maar zie hier, jij hebt er een mooi artikel over geschreven!
Dag Marja, bedankt voor je reactie. In het artikel op CIP heb ik antwoord gegeven op vijf vragen die Jeffrey aan mij had voorgelegd had. Daarin waren de vragen uiteraard leidend. In het volgende artikel deel ik de kern van mijn visie op wet en genade: https://famoverduin.nl/reformatie/wet-genade
Hallo Peter, ik lees in je artikel overeenkomsten met het boek wat ik las van David Pawson ‘de normale christelijke geboorte’ (aanrader!). Hierin omschrijft hij de wedergeboorte (Johannes 3) als een geboorte proces dat bestaat uit bekering (tot God de Vader), geloof (in Jezus Christus), doop (zie Romeinen 6, onze oude mens sterft met Christus, dood voor de macht van de zonde) en het ontvangen van de Heilige Geest om uit de Geest te leven als nieuwe mens. De wedergeboorte is de start van een gelovige in het Koninkrijk. Als de macht van de zonde in ons is afgestorven, waarom zouden we dan nog zondigen? Heiliging is dan groeien in het afleggen van concrete zondige patronen in ons leven, en een perspectief hebben dat we kunnen groeien in een heilig leven, als we door de Geest leven. In de betekenis van de doop gaat vergeving van zonden hand in hand met bevrijding van zonden zo is mijn eigen conclusie. Dat perspectief brengt groei, dat heb ik levens om mij heen gezien en ik kan er zelf ook van getuigen. In de brieven van Paulus roept hij de gemeenten vaak op om de zonde achter hen te laten omdat ze gestorven zijn voor de macht van de zonde, en de zonde dus niet meer over hen zou moeten heersen. We hebben een eigen keus gekregen, willen we leven uit de Geest of uit ons vlees? Volgens Pawson zijn kerkelijke denominaties helaas in 2000 jaar kerkgeschiedenis versplinterd geraakt en is daarmee ook de boodschap van het evangelie versplinterd geraakt. Volgens hem komen veel pastorale problemen in kerken voort uit een onvolledig doorlopen wedergeboorte. Soms mist (als gevolg van onvoldoende onderwijs of onwetendheid) de doop, soms de bekering, soms het ontvangen van de Heilige Geest. Het mooie is dat hij het boek heeft geschreven met als doel tot opbouw van christelijke gemeenschappen.
Dag Marco, dank voor je reactie. Ik ken het gedachtegoed van David Pawson. Het belangrijkste verschil zit hem in hoe ik Genesis 3 interpreteer. De gangbare kijk op Genesis 3 is dat de mens in zonde (kwaad) zou zijn gevallen en dat God daardoor de relatie met de mens zou hebben moeten verbreken. Jezus zou vervolgens aan het kruis zijn gegaan om de relatie tussen God en mens weer te herstellen. Men spreekt dan van verzoening. Wat mij betreft klopt deze visie niet. Liefde rekent het kwaad niet toe, maar bedekt het (1 Kor.13:5,7). God is volmaakte liefde, dus er is van God uit gezien nooit sprake geweest van een relatiebreuk. God heeft zijn Geest nooit teruggetrokken uit de mens. In het Hebreeuws wordt er ook niet gesproken van een ZONDEval, maar van een VAL. Door onze kennis van goed en kwaad zijn we dit als een ZONDEval gaan interpreteren, waarbij we ‘zonde’ opvatten als kwaad doen. Ik geloof dat er een val in bewustzijn heeft plaatsgevonden, waardoor we ons God niet meer bewust zijn. ‘Christus in ons’ is een mysterie geworden. En door deze val in bewustzijn zijn we ons doel gaan missen (zondigen). Zolang ons bewustzijn verduisterd is, wandelen we naar het vlees en hebben we geen vrije keus. We zijn als het ware geblinddoekt in een gevangenis terechtgekomen. De hoop op bevrijding bevindt zich binnen in ons (Christus in ons). Jezus heeft ons dit als mens van vlees en bloed geopenbaard, onze ogen hiervoor willen openen. Persoonlijk geloof ik dat er nauwelijks mensen zijn geweest in de achterliggende eeuwen die werkelijk wedergeboren zijn (geweest).
He blogschrijver. Een korte vraag. Je stelt namelijk dat God zijn Geest nooit heeft weg gedaan van de mens. Alleen waarom moeten we dan de Geest ontvangen, ons laten vullen met de Geest, gedoopt worden in de Heilige Geest? Dat strookt dan toch niet met de theologie dat we volgens jou de Geest altijd al hadden?
Ha Reyer, dat is een mooie vraag die je stelt. Een vraag die vaak ontstaat door een bepaalde manier van lezen van de Bijbel, die ons ervan weerhoudt om zelf na te denken. Zo staat het er, dus zoals ik de tekst begrijp, zo zou het moeten zijn. Daarom is het blijven stellen van vragen zo belangrijk.
Ik geloof dat Gods Geest buiten onze grootheden van tijd en ruimte werkt. Het indelen waar de Geest wel of niet zou zijn, of dat de Geest voor of na een bepaalde tijd niet of wel aanwezig zou zijn, is wat mij betreft menselijk gedacht. Gods Geest is eeuwig en overal. Het is de Bron van alles wat is, de oorsprong van alles wat leeft. Zonder Gods Geest in ons zouden we dood neervallen. Christus is alles en in allen, zegt Paulus. Het mysterie van Christus in ons, was van alle eeuwen (altijd al) en van alle geslachten en ook nog eens onder alle volken (iedereen) een verborgen mysterie (Kol.1:26,27). Dit mysterie is ons door Jezus van Nazareth geopenbaard.
Als we vanuit dit perspectief gaan kijken naar je vraag over het ontvangen van-, vervuld worden met- en gedoopt worden in de Geest, dan zullen we dat anders moeten benaderen dan de letterlijke lezing van het NT. Ik zie het als volgt. Het ‘ontvangen’ van de heilige Geest is het moment dat we rationeel aannemen/geloven dat de Geest in ons woont, dit was dus altijd al het geval. Maar als je iets niet weet, dan heb je er weinig aan. Toen Jezus tegen zijn discipelen zei “ontvang mijn Geest” geloofden ze hem op zijn woord en wisten ze dat de Geest in hen was. Dat weten brengt nog geen innerlijke verandering. We zullen ons ervan bewust moeten worden. Ons bewustzijn zal ondergedompeld moeten worden in de Geest, waardoor we vervuld raken van de Geest. Het gaat bij de doop in en de vervulling met de Geest wat mij betreft dus om bewustwording. Dat gebeurt door vernieuwing van denken. Een belangrijk punt in die vernieuwing van denken is dat we dingen vanuit Gods perspectief gaan zien en niet vanuit menselijk perspectief. Vanuit God gezien is Christus alles en in allen. De zalving van de Geest bevindt zich in de hele schepping en in ieder mens. Vanuit menselijk perspectief lijkt het erop dat we de Geest pas ontvangen als het zichtbaar wordt. In het koninkrijk van God staat nu eenmaal alles op zijn kop.
Kan je hier wat mee?
In het artikel zitten waardevolle stukken. Als aanvulling hierop het volgende.
In het oude verbond ging het dus om wetten houden en die wetten leiden dan tot voorspoed en geluk. En dat is logisch want stelen, liegen, hoereren e.d. brengt alleen maar ellende. Tussen de regels door kon men dan toch nog egoïstisch blijven e.d. zonder dat je wet je daarop kon “pakken”.
In het nieuwe verbond gaat het om te leven naar de Geest. Helemaal voor God leven. Hem liefhebben met geheel je hart, kracht, ziel en verstand. Dat maakt gelukkig en laat geen ruimte voor het vlees. Dit vereist heel hartigheid en godsvrucht. Dit lukt alleen maar door de kracht van de heilige Geest die zij ontvangen die Hem gehoorzamen.
Paulus schrijft in Gal 2:19 “Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven”. Dit is een geheim en voor de meeste moeilijk te vatten; het jezelf dood te houden (voor de zonde). Maar dat deed Paulus dus staat ook in volgende vers: “Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij”.
Kijk, iemand die geen auto o.i.d. heeft die is dood voor de maximum-snelheid-wet. Zo is iemand die zich dood houd voor de zonde (en dat kan dus! in Gods kracht) vrij van de wet terwijl hij die juist alle geboden, namelijk de EIS (bedoeling) DER WET van God naleeft. Rom 8:4 “opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest”.
Bovenstaande wordt bevestigd door Paulus in Gal 5:16 “Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees” en vers 24 “Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.”
Zij die de waarde van de schat ik de akker begrijpen, daar in geloven, die willen daarvoor alles opgeven. Die leven en sterven met Jezus en zijn hem waardig. Dit alles door genade en tot lof en eer van Zijn naam.
Dank voor je aanvulling. Persoonlijk denk ik dat het verschil tussen enerzijds de wet houden naar het vlees (oude verbond) en anderzijds de wet houden in de Geest (nieuwe verbond) dieper gaat. Het gaat om onze identiteit. Zolang we onszelf identificeren met het vlees leven we als het ware in de voorhof van onze tempel. Zolang we ‘offers’ brengen voor vergeving (brandofferaltaar) en bezig zijn met reiniging en heiliging (de koperen wasvaten) bevinden we ons nog in de voorhof. We hebben geen zicht op Christus in ons, die in de tempel (naos) van ons lichaam woont. Zodra de bedekking van de buitenkant (het vlees) wordt weggenomen gaan we ons heilige binnen. Daar zien we (als in een spiegel!) de heerlijkheid van de Heer, de gezalfde des Heren, Christus (2 Kor.3:18). In een spiegel zien we onszelf. Wij zijn de heerlijkheid van de Heer, wij zijn net zo Christus als Jezus van Nazareth. Dat geldt voor ieder mens, maar zolang we in de voorhof (in het vlees) blijven rondhangen, zien we het niet en leven we er niet naar. Zodra we onszelf door bewustwording gaan identificeren met Christus (en dat kan alleen door het vlees te kruisigen) veranderen we vanzelf van heerlijkheid tot heerlijkheid.
Onze binnenwereld bepaald onze buitenwereld. Zolang onze binnenwereld gevormd wordt door vleselijk denken, zullen we als vanzelf werken van het vlees voortbrengen. Zodra onze binnenwereld bepaald wordt door geestelijk denken, zullen we als vanzelf vrucht van de Geest voortbrengen. ‘Als Jezus in deze wereld zijn’ is alleen mogelijk als we op dezelfde manier als Jezus in de Geest wandelen, onszelf gaan zien als een gezalfde des Heren, net zo Christus als Jezus van Nazareth. Zolang we dat niet geloven, zit er niets anders op dan proberen het vlees te bekeren en dat is een heilloze weg.
Hallo Peter ,
Mooi stuk en eigenlijk is het duidelijk .
Als de zonde geen vat meer heeft komen we in het koninkrijk van God en dan wordt het wel anders .
Johannes 3
5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan.( We worden dus allemaal geboren uit (vrucht(water) en Geest. lol
Gal5.
18 Maar indien gij door den Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet.
19 De werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid,
20 Afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen,
21 Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen, en dergelijke; van dewelke ik u te voren zeg, gelijk ik ook te voren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.( Dus als we deze dingen na laten erven we en al recht op (gave)en kunnen we het pakken . zoals de verloren zoon, Maar dan wel goed gebruiken …)
22 Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.
23 Tegen de zodanigen is de wet niet.
Amen .
Groeten Rein
Dank voor je reactie, Rein!
Je zegt: Als de zonde geen vat meer heeft komen we in het koninkrijk van God.
Ik draai het liever om: zodra we ons bewust worden dat we (al) in het koninkrijk van God zijn, dan heeft de zonde geen vat meer op ons.
Ons ware Zelf (Christus in ons, de heerlijkheid van de Heer) is altijd al in het koninkrijk van God geweest, alleen zonder lichaam. Zodra we ons na de geboorte uit vruchtwater (waardoor we een lichaam ontvangen) bewust worden van ons ware Zelf (geboorte uit de Geest) zijn we ons uiteraard ook bewust van het feit dat we altijd al in het koninkrijk van God waren. En we gaan dan ook zien dat dit voor iedereen al zo is. We kennen dan immers niemand meer naar het vlees (2Kor.5:16). Het enige dat nodig is, is dat ons oog (bewustzijn) helder wordt. Ons bewustzijn moet gereinigd worden van het vleselijke denken, waardoor we dode werken voortbrengen. Onze vleselijke perceptie van de werkelijkheid moet aan het kruis, waardoor we in de Geest gaan wandelen.
Groet en zegen, Peter