De drie hemelen
Op grond van Genesis 1:1-10 — waar de schepping van de geestelijke wereld wordt beschreven — kunnen we de zogenoemde hemelse gewesten, waar Paulus in zijn brieven naar verwijst, in drie lagen onderscheiden.
De derde hemel staat voor de uiteindelijke werkelijkheid van God, waar zich figuurlijk gesproken de ‘troon van God’ bevindt. Gods Geest zweeft in de derde hemel ‘boven’ de wateren. De wateren vormen een beeld van de aarde, die ‘de voetbank van Gods voeten’ wordt genoemd. Het gaat hier uiteraard om figuurlijke taal.
De aarde is de fysieke werkelijkheid die in Genesis 1:2 met wateren wordt aangeduid. Deze wateren worden door een gewelf verdeeld in de wateren boven het gewelf en de wateren onder het gewelf (Genesis 1:6-7).
De eerste en de tweede hemel
De wateren boven het gewelf worden ‘dag’ genoemd (Genesis 1:5), omdat daar het Licht uit Genesis 1:3 schijnt. Dit is het koninkrijk van het Licht, dat we de tweede hemel kunnen noemen.
De wateren onder het gewelf behoren tot de ‘nacht’ (Genesis 1:5). Dit is het rijk der duisternis, de eerste hemel.
Schematisch ziet dat er als volgt uit:

De hemelse gewesten als bewustzijnsniveaus
In werkelijkheid gaat het om drie bewustzijnsniveaus waardoor de mens zich in het hier en nu bewust kan worden van de geestelijke werkelijkheid. Vanuit ons fysieke bestaan op aarde kunnen we in de eerste of de tweede hemel wandelen. Kinderen van het Licht, kinderen van de dag, wandelen in het koninkrijk van het Licht en leven vanuit de Geest. Kinderen van de nacht wandelen in het rijk der duisternis en leven naar het vlees.
“Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.” (Johannes 12:36)
“Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts.” (Efeziërs 5:8)
“Want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe.” (1 Tessalonicenzen 5:5)
Geestelijke strijd als strijd in het denken
De ‘geestelijke strijd’ waar Paulus verschillende keren naar verwijst, is de strijd die zich in het denken van mensen afspeelt: de beweging vanuit de eerste hemel naar de tweede hemel, van duisternis naar Licht, naar Christus-bewustzijn.
“Want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, zodat wij de redeneringen en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus.” (2 Korintiërs 10:4-5)
Van het koninkrijk van het Licht naar de uiteindelijke voltooiing
Wanneer de hele mensheid in het koninkrijk van het Licht, de tweede hemel, zal zijn overgebracht, zal de mensheid collectief worden opgenomen in heerlijkheid. Dan wordt de uiteindelijke werkelijkheid zichtbaar waarin God alles in allen is en het hemelse Jeruzalem op aarde zal ‘neerdalen’.
“En God zeide: Dat de wateren onder het gewelf (de eerste hemel) op een plaats samenvloeien en het droge te voorschijn kome; en het was alzo. En God noemde het droge aarde (de eerste aarde), en de samengevloeide wateren noemde Hij zee.” (Genesis 1:9-10)
“En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer.” (Openbaring 21:1)
Dat we een nieuwe hemel en een nieuwe aarde gaan zien, betekent niet dat er een totaal nieuwe werkelijkheid in de plaats komt van een oude werkelijkheid die volledig verdwijnt. Wat voorbijgaat, zijn de eerste hemel, de eerste aarde en de zee.
Deze drie bevinden zich onder het gewelf dat in Genesis 1:6-7 wordt beschreven: het rijk der duisternis. Wanneer de duisternis volledig verdwijnt, zien wij een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Die nieuwe hemel en nieuwe aarde zijn echter al vanaf de grondlegging van de wereld werkelijkheid. Door de collectieve val in het bewustzijn van de mens — de zogenoemde ‘zondeval’ — zijn we ons daarvan nog niet bewust.
Vanuit de eerste hemel: een verduisterd bewustzijn
Vanuit het rijk der duisternis, de eerste hemel, zien we wat voor ogen is en blijft de diepere werkelijkheid van Christus in ons voor ons verborgen.
Ook Jezus van Nazareth kunnen we vanuit dit perspectief uitsluitend als een werkelijkheid buiten onszelf beschouwen. In hem werd echter zichtbaar wat in ons nog verborgen kan zijn: de Christus-werkelijkheid die niet tot Jezus alleen beperkt blijft.
Door ons oog te richten op Christus in ons, op het Licht, worden we ons steeds meer bewust van onze Christus-identiteit en gaan we wandelen in het koninkrijk van het Licht.
Vanuit de tweede hemel: Christus alles en in allen
Vanuit het koninkrijk van het Licht, de tweede hemel, worden we ons ervan bewust dat Christus alles en in allen is. Vanuit dit Christus-bewustzijn kennen we niemand meer naar het vlees.
Ieder mens draagt de Christus-identiteit. Daarom zien we ieder mens als Zoon of Dochter van God, ongeacht of iemand al in die hoedanigheid openbaar is geworden.
Wanneer we onszelf als Christus bewust zijn geworden, bidden we alleen nog tot God als Vader. Het beste voorbeeld van iemand die in het koninkrijk van het Licht heeft gewandeld, is Jezus van Nazareth tijdens de periode van zijn bediening.
Vanuit de derde hemel: God alles in allen
De derde hemel verwijst naar het Godsbewustzijn, de uiteindelijke voltooiing waarin we ons volledig bewust zullen zijn dat God alles en in allen is. Dan zal blijken dat werkelijk ieder mens naar Gods evenbeeld en gelijkenis geschapen is.
Paulus kreeg hiervan een inkijkje toen hij voor een moment werd opgetrokken in de derde hemel. Hij was zich de ‘aarde’ niet meer bewust en wist daarom niet of hij op dat moment in of buiten zijn lichaam was (2 Korintiërs 12:2).
Van verduistering naar wedergeboorte
Door de wereld waarin wij leven, waarin het collectieve bewustzijn wordt bepaald door het dualistische denken in goed en kwaad, belandt ieder mensenkind na de geboorte uit water in het rijk der duisternis.
Door de wedergeboorte, de geboorte uit de Geest, gaan we het koninkrijk van het Licht binnen. Ons bewustzijn wordt gereinigd van dode werken — het denken in goed en kwaad — waardoor ook sprake is van onze rechtvaardiging.
Met onze wedergeboorte worden we ons bewust van de verzegeling met de Geest. Die Geest is het onderpand van onze erfenis: de bevrijding van ons sterfelijke lichaam, de verheerlijking.
“In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid.” (Efeziërs 1:13-14)
Van wedergeboorte naar verheerlijking
Zodra we tot wedergeboorte zijn gekomen, mogen we ervan uitgaan dat we vanuit ons fysieke bestaan uiteindelijk tot verheerlijking zullen komen: het moment waarop we een verheerlijkt lichaam ontvangen.
Daarmee komt de beweging tot haar voltooiing. De reis door de hemelse gewesten is zo een beweging van duisternis naar Licht, van Christus-bewustzijn naar de uiteindelijke werkelijkheid van Godsbewustzijn, waarin iedere verduistering verdwenen is en God alles in allen zal zijn.
Reflectievragen
- Vanuit welk bewustzijn kijk jij naar jezelf, anderen en de wereld om je heen?
- Wat betekent ‘Christus in ons’ voor de manier waarop jij naar je eigen identiteit kijkt?
- Hoe versta jij de beweging van wedergeboorte naar verheerlijking in je eigen leven?
Meer lezen? Lees dan ook het artikel Bijbelse psychologie.
Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.
Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.
