Categorieën
Reformatie

Vergeving zonder betaling — de openbaring van Gods bevrijdende gerechtigheid

De laatste tijd zijn er op Cvandaag meerdere artikelen verschenen waarin een pleidooi wordt gevoerd voor het evangelie van vergeving van zonden, ook wel ‘verzoening door voldoening’ genoemd. Zowel vanuit kerkelijk-traditionele als evangelisch-charismatische hoek. Dr. Gert A. van den Brink, Dr. Wim Dekker, Dr. Teun van der Leer, Prof. Dr. Willem J. Ouweneel en Martin Koornstra, om enkele bekende namen te noemen. Laatstgenoemde spreekt overigens niet expliciet over ‘verzoening door voldoening’, maar wel over het ‘evangelie van redding’, waarbij vergeving van zonden op grond van het kruis de kern vormt.


De gerechtigheid van de mens en de gerechtigheid van het Koninkrijk

Wie zou er tegen al deze doctoren in de theologie iets durven inbrengen? Toch is dat precies wat ik in dit artikel doe. De vraag is namelijk of de zogenoemde satisfactieleer werkelijk zo Bijbels is als vaak wordt verondersteld. Vanuit menselijke gerechtigheid klinkt deze leer aannemelijk, maar waarom roept Jezus ons dan op om eerst de gerechtigheid van het Koninkrijk van God te zoeken (Matteüs 6:33)? Blijkbaar gaat het om een andere gerechtigheid dan die mensen voor zichzelf en anderen hanteren.

De gerechtigheid van de mens is geworteld in de kennis van goed en kwaad. Binnen het oude verbond zien we deze vorm van gerechtigheid terug in de wet van Mozes: oog om oog, tand om tand. Wanneer de wet werd overtreden, moest er genoegdoening plaatsvinden. De overtreder moest gestraft worden, al kon in sommige gevallen een offer dienen als vervanging. In die zin was er sprake van ‘verzoening door voldoening’ en van plaatsvervanging.

Wanneer Jezus vervolgens als het ultieme zondoffer wordt gezien dat plaatsvervangend gestraft zou zijn om aan de eisen van de wet te voldoen, blijft het denken alsnog gevangen binnen dezelfde juridische structuur van schuld en betaling. Dan blijft de gerechtigheid van de wet het uitgangspunt. Paulus waarschuwt daar indringend voor in Galaten 5:4.


Het oude verbond als schaduwbeeld

Om vermenging tussen het oude en nieuwe verbond te voorkomen, werd Jezus het ‘Lam van God’ genoemd — niet een bok of stier. Daarmee wordt verwezen naar het paaslam bij de uittocht uit Egypte. Bij die uittocht speelde juridische betaling voor schuld geen enkele rol. Het ging om bevrijding uit slavernij.

Het oude verbond vormt een schaduwbeeld van de mensheid die, door de kennis van goed en kwaad oneigenlijk te gebruiken, naar het vlees wandelt. Het oude verbond was daarom geen voorloper van het nieuwe verbond, maar een leermeester tot Christus, die het nieuwe verbond heeft geopenbaard (Galaten 3:24).

Het evangelie openbaart niet hoe God alsnog bereid werd om te vergeven, maar hoe het Christus-Leven ons bevrijdt uit het verduisterde bewustzijn van schuld, angst en afgescheidenheid. Het Koninkrijk van God verschijnt daar waar het bewustzijn van de mens van duisternis naar Licht wordt getrokken.


Het kruis als openbaring van goddelijke vergeving

Laten we eerst vaststellen dat het kruis de grootste manifestatie van goddelijke vergeving ooit is geweest.

Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.”

Terwijl menselijke gerechtigheid om vergelding roept, openbaart Jezus hier de gerechtigheid van het Koninkrijk. De cruciale vraag is daarom niet óf er vergeving zichtbaar werd aan het kruis, maar waardoor die vergeving mogelijk was. Was die vergeving er dankzij het kruis, of ondanks het kruis?

Om die vraag te beantwoorden moeten we kijken naar de betekenis van het Griekse woord aphesis, dat meestal met ‘vergeving’ wordt vertaald. De primaire betekenis van dit woord is: loslating, vrijlating of bevrijding uit gevangenschap. In Lukas 4:18-19 wordt aphesis gebruikt in de context van vrijlating van gevangenen.

Vergeving heeft dus in de eerste plaats te maken met bevrijding. Natuurlijk kan het vergeven van iemand ook figuurlijk bevrijding brengen — bevrijding van schuld, schaamte en innerlijke gevangenschap. In Matteüs 18 legt Jezus dit principe uit.

Toen kwam Petrus bij Hem en zeide: Here, hoeveel maal zal mijn broeder tegen mij zondigen en moet ik hem vergeven? Tot zevenmaal toe? Jezus zeide tot hem: Ik zeg u, niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zevenmaal.” (Matteüs 18:21,22)

Daarna vertelt Jezus over een man met een enorme schuld die hij onmogelijk kon terugbetalen. Wanneer hij om genade smeekt, gebeurt er iets opmerkelijks:

De heer van die slaaf kreeg medelijden met hem en hij liet hem vrij en schold hem de schuld kwijt.” (Matteüs 18:27)

Hier betekent vergeving geen betaling van schuld, maar kwijtschelding zonder betaling. Dat is de essentie van goddelijke vergeving. De schuld wordt niet alsnog vereffend via een ander; zij wordt losgelaten.

Het kruis openbaart daarom niet een God die eindelijk bereid is te vergeven nadat er betaald is, maar een God die altijd al bevrijdend en vergevend is geweest — zelfs tegenover degenen die Hem kruisigen.


Het uitwissen van het schuldbewijs

Paulus bevestigt dit principe krachtig in Kolossenzen 2:13-14:

Ook u heeft Hij levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold, door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen.”

Onze overtredingen worden kwijtgescholden doordat het schuldbewijs wordt uitgewist — niet doordat Jezus juridisch gestraft zou zijn in onze plaats. Schuld wordt óf betaald óf kwijtgescholden. Het zijn twee fundamenteel verschillende werkelijkheden.

Plaatsvervangende straf als juridisch systeem staat daarom haaks op wat aphesis werkelijk betekent. Jezus openbaart aan het kruis dat God geen register van misstappen bijhoudt. Dat zijn juist de ‘overheden en machten’ die de mens gevangen houden in aanklacht, schuld en angst. Precies die machten worden door het kruis ontwapend (Kolossenzen 2:15).

Het evangelie draait daarom niet om een juridische transactie, maar om bevrijding van een verduisterd bewustzijn dat gevangen zit in schuld en afgescheidenheid. Christus in ons bevrijdt ons uit die gevangenis en brengt ons hier en nu binnen in de werkelijkheid van het Koninkrijk van God.


Het Lam dat geslacht is vanaf de grondlegging van de wereld

De kruisiging van Jezus vormt een schaduwbeeld van het Lam van God dat “geslacht is vanaf de grondlegging van de wereld” (Openbaring 13:8). Dat betekent dat wat aan het kruis geopenbaard werd, al vóór het begin van de tijd werkelijkheid was. God heeft nooit een register van misstappen bijgehouden.

Paulus schrijft daarom:

Hij heeft ons gered en geroepen tot een heilig leven – niet vanwege iets wat wij gedaan hebben, maar vanwege zijn eigen doel en genade. Deze genade is ons in Christus Jezus gegeven voor het begin van de tijd, maar zij is nu verklaard door de verschijning van onze Heiland, Christus Jezus, die de dood heeft vernietigd en door het evangelie leven en onsterfelijkheid aan het licht heeft gebracht.” (2 Timoteüs 1:9,10)

Nog voordat de tijd begon, was de genade al gegeven in Christus. Jezus kwam niet om God van gedachten te laten veranderen, maar om zichtbaar te maken wat altijd al waar was. Het kruis openbaart een werkelijkheid die vanaf het begin verborgen lag in God zelf.

Dat betekent dat God het zogenaamde probleem van de zonde niet pas oploste ná de misstappen van de mensheid. In Christus was de bevrijding al aanwezig vóórdat het probleem zich überhaupt manifesteerde. De mensheid leefde echter in duisternis en kon deze werkelijkheid niet zien zonder de openbaring van Jezus.

Aan het kruis vond daarom geen ‘verzoening door voldoening’ plaats, maar de openbaring van Gods eeuwige vrijspraak zonder betaling — een werkelijkheid die vanaf de grondlegging van de wereld verborgen aanwezig was in Christus.


Leven vanuit het nieuwe bewustzijn

Paulus schrijft vervolgens:

Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneme? Volstrekt niet! Immers, hoe zullen wij, die der zonde gestorven zijn, daarin nog leven?” (Romeinen 6:1,2)

Wanneer het Licht van Christus werkelijk in ons bewustzijn doorbreekt, ontstaat er geen verlangen om in duisternis te blijven wandelen. Juist de openbaring van Gods bevrijdende Liefde brengt een mens tot innerlijke transformatie. Niet angst voor straf, maar ontwaken tot Christus in ons brengt ons in overeenstemming met het Leven van het Koninkrijk van God — hier en nu.


Reflectievragen
  • Vanuit welk beeld van gerechtigheid kijk jij meestal naar God: menselijke gerechtigheid of de gerechtigheid van het Koninkrijk?
  • Wat betekent het voor jou dat aphesis in de eerste plaats bevrijding en loslating betekent in plaats van vergeving?
  • Kun jij geloven dat God geen register van misstappen bijhoudt?
  • Op welke manieren houdt schuld- of angstdenken jouw bewustzijn nog gevangen?
  • Wat verandert er in jouw leven wanneer je ontdekt dat Christus in jou aanwezig is vóór iedere prestatie of tekortkoming?

Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact op te nemen — we denken graag met je mee.

Wil je ons werk ondersteunen zodat we dit soort artikelen kunnen blijven delen? Een vrijwillige bijdrage is altijd welkom:
NL94 ASNB 0932 1927 50 t.n.v. P. Overduin

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze blog / infomail.

5 reacties op “Vergeving zonder betaling — de openbaring van Gods bevrijdende gerechtigheid”

Roerend mee eens: Geen verzoening door voldoening! Maar wel gereinigd door Zijn bloed. Daarna geheiligd, daarna gerechtvaardigd (1Cor.6:11). We zijn dúúr gekocht.

Dankjewel Jan voor je reactie!
Wat versta je onder “gereinigd door zijn bloed”? Hoe interpreteer je dat?

Bevrijd van de zondelust, geldgierigheid, verslaving enz.
Niet in één keer. In Joh.1:29 staat ‘wegneemt’ in het Grieks ook niet in de aoristis. En wegnemen betekent m.i. ook reinigen van.

Dag Jan, door het reinigen van ‘verkeerd gedrag’ veranderd er helemaal niets. Het is symptoombestrijding. Mensen blijven hetzelfde gedrag vertonen. Ik geloof niet dat Jezus aan het kruis ging voor symptoombestrijding.

Dag Peter, ik bedoelde met mijn omschrijving juist het tegenovergestelde van symptoombestrijding, dus de inwendige drang en neiging tot het kwade. Denk je niet dat verslaving heel diep kan zitten?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *