Mocht je de voorgaande delen nog niet gelezen hebben, dan adviseren we om dat eerst te doen. Klik hier voor deel 1. Onderaan deel 1 vind je de link naar deel 2, enzovoort.
Deel 3 – Een nieuw zicht op de Bijbel en de toekomst
In de vorige delen hebben we gekeken naar de schepping en naar de plaats van de mens daarin. We hebben gezien dat de werkelijkheid haar oorsprong heeft in God en dat de mens geroepen is om te groeien van een verduisterd bewustzijn naar participatie in het Christus-Leven en uiteindelijk tot het Godsbewustzijn.
In deel 2 formuleerden we dit naar aanleiding van 2 Korintiërs 5:19 als volgt:
Het verduisterde bewustzijn van de mens zal via het Christusbewustzijn vervangen gaan worden door het Godsbewustzijn, waarbij de mens als unieke schepping blijft bestaan, maar zich als God bewust zal zijn. God wil unieke mensen scheppen die leven vanuit het Godsbewustzijn. Een mensheid waarin Gods onvoorwaardelijke liefde op volmaakte wijze kan stromen. Zie hier het Masterplan van God.
Wanneer we dit perspectief als uitgangspunt nemen, heeft dat ook gevolgen voor de manier waarop we de Bijbel lezen en voor hoe we nadenken over de toekomst. In dit deel richten we ons daarom op twee vragen:
- hoe moeten we de Bijbel verstaan in het licht van dit grotere scheppingsplan?
- hoe verhoudt de Bijbelse geschiedenis zich tot de toekomst van de mensheid?
Het volgende schema kan helpen om de grote lijn van dit deel te zien. Het laat zien hoe de geschiedenis van Israël functioneert als blauwdruk voor Gods plan met de hele mensheid.
Gods scheppingsplan
Openbaringsgeschiedenis (Israël)
│
├─ Abraham → Jakob
├─ Jozef → Jozua
└─ Oude verbond → vervulling
↓
Blauwdruk
↓
Geschiedenis van de mensheid
│
├─ roeping
├─ crisis / verduistering
├─ verlossing / Christus-Leven
└─ verheerlijking (Godsbewustzijn)
3.1 Vier parallelle verhaallijnen in de Bijbel
Wanneer we de Bijbel vanuit dit perspectief lezen, kunnen we vier parallelle verhaallijnen onderscheiden:
- de lijn van Abraham tot Jakob (Genesis)
- de lijn van Jozef tot Jozua (Exodus)
- de geschiedenis van het Hebreeuwse volk onder het oude verbond
- de geschiedenis die God met de gehele mensheid gaat
De eerste drie lijnen vinden we rechtstreeks in de Bijbel. De vierde lijn ontstaat wanneer we de geschiedenis van Israël verstaan als een voorafschaduwing van Gods plan met de hele mensheid.
Het nageslacht van Abraham werd immers geroepen om tot zegen te zijn voor alle volken op aarde. Deze zegen ligt niet alleen in woorden of wetten, maar vooral in de geschiedenis van dit volk zelf. De geschiedenis van Israël kan daarom worden gezien als een openbaringsgeschiedenis: door de gebeurtenissen in dit volk heen onthult God zijn plan met de mensheid.
De patronen die we in deze geschiedenis herkennen, functioneren als een blauwdruk voor de weg die uiteindelijk de gehele mensheid zal gaan.
Schema van de vier verhaallijnen

Om het vervolg goed te kunnen volgen is het handig om dit schema erbij te houden. Klik hier om het schema in een nieuw venster te openen. Je kunt het dan eventueel ook uitprinten.
3.2 De Bijbel als openbaringsgeschiedenis
In deze studie lezen we de Bijbel als een geschiedenis waarin God stap voor stap zijn plan openbaart: een historische ontvouwing van Gods plan waarin de gebeurtenissen rond het volk Israël functioneren als typologisch en profetisch patroon voor Gods handelen met de gehele mensheid.
Wanneer we naar de eerste drie kolommen van het schema kijken, wordt duidelijk dat de Bijbel in de eerste plaats een boek is van, door en voor het volk van de Hebreeën. De gebeurtenissen die daarin worden beschreven spelen zich af binnen een specifieke historische context en hebben in eerste instantie betrekking op dit volk.
Dat blijkt ook uit de woorden van Jezus zelf. In zijn eindtijdrede maakt hij duidelijk dat de gebeurtenissen waarover hij spreekt betrekking hebben op de generatie die toen leefde.
Zo zegt hij onder meer:
- “Sommigen van hen die hier staan zullen de dood niet smaken voordat zij de Zoon des mensen hebben zien komen in zijn koninkrijk.” (Matteüs 16:28)
- “Dit alles zal komen over dit geslacht.” (Matteüs 23:36)
- “Dit geslacht zal zeker niet voorbijgaan voordat al deze dingen zijn geschied.” (Matteüs 24:34)
Ook Paulus en de andere schrijvers van het Nieuwe Testament verwachten dat de beslissende gebeurtenissen van de eindtijd binnen hun eigen generatie zouden plaatsvinden.
3.3 De eindtijd van het oude verbond
Wanneer we deze uitspraken serieus nemen, ligt het voor de hand dat de “eindtijd” waarover in het Nieuwe Testament wordt gesproken betrekking heeft op de laatste dagen van het oude verbond.
Jezus verwijst in zijn profetieën nadrukkelijk naar de tempel in Jeruzalem en voorspelt dat daar geen steen op de andere zal blijven (Matteüs 24:2). Deze woorden werden vervuld in het jaar 70 na Christus, toen de tempel door de Romeinen werd verwoest.
Met de verwoesting van de tempel kwam de offerdienst tot stilstand en daarmee ook het cultische hart van het oude verbond. Vanuit dit perspectief kan de verwoesting van de tempel worden gezien als het definitieve einde van het oude verbond.
Ook het boek Openbaring kan in dit licht worden gelezen als een symbolische, apocalyptische beschrijving van deze overgangsperiode. De tijdsaanduidingen in dit boek wijzen er immers op dat de beschreven gebeurtenissen nabij waren.
3.4 De komst van de Zoon des mensen
Binnen deze historische context krijgt ook de “komst van de Zoon des mensen” een specifieke betekenis.
Wanneer Jezus hierover spreekt (Matteüs 24:30), gaat het niet noodzakelijk om een fysieke verschijning van Jezus van Nazareth, maar om de verheerlijking van een gemeenschap van gelovigen.
Paulus verwijst hiernaar wanneer hij schrijft:
“Voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij maar ook allen die zijn verschijning hebben liefgehad.” (2 Timoteüs 4:8)
Deze krans van rechtvaardigheid wordt elders ook beschreven als een krans van heerlijkheid (1 Petrus 5:4). Paulus verbindt dit met de gebeurtenis die hij beschrijft in 1 Tessalonicenzen 4, waar gelovigen de Heer tegemoet gaan.
Dit hoeft niet te worden verstaan als een fysieke verplaatsing naar een plaats ergens boven in het universum, maar als een opname in heerlijkheid: een overgang naar een onvergankelijke bestaanswijze.
3.5 De opname in heerlijkheid
De gelovigen die gehoor gaven aan de oproep van Jezus om zich voor te bereiden op het naderende koninkrijk van God, werden opgeroepen om bij het naderende oordeel Jeruzalem te verlaten en naar de bergen te vluchten (Matteüs 24:16).
Daar hebben zij, volgens deze interpretatie, collectief de vervulling van de beloften ervaren. Zij werden opgenomen in heerlijkheid en ontvingen een onsterfelijk lichaam.
Deze overgang kan worden verstaan als het binnengaan van het Godsbewustzijn. Daarmee werden zij aan het zicht van het natuurlijke oog onttrokken, vergelijkbaar met wat bij Jezus wordt beschreven tijdens zijn hemelvaart.
De schrijver van de Hebreeënbrief spreekt in dit verband over een “wolk van getuigen” die ons omringt (Hebreeën 12:1).
3.6 De grotere geschiedenis van de mensheid
Wanneer we de geschiedenis van Israël lezen als een blauwdruk voor Gods plan met de mensheid, ontstaat een vierde verhaallijn: de geschiedenis die God met de gehele mensheid gaat.
De patronen die we zien in de eerste drie lijnen — roeping, crisis, verlossing en verheerlijking — kunnen dan worden verstaan als voorafschaduwingen van de weg die uiteindelijk de hele mensheid zal gaan.
Paulus geeft hiervoor zelf al een aanwijzing wanneer hij schrijft dat:
- “gans Israël behouden zal worden” (Romeinen 11:26)
- en dat uiteindelijk alle knie zal buigen (Romeinen 14:11; Filippenzen 2:10)
Daarmee wordt een perspectief geopend waarin Gods plan uiteindelijk alle mensen omvat.
3.7 Parallellen in omgekeerde richting
Opvallend is dat sommige gebeurtenissen uit de geschiedenis van Israël in omgekeerde vorm terugkeren in de geschiedenis van de mensheid.
Een eerste voorbeeld betreft de tempel. De tempel in Jeruzalem werd in 70 na Christus verwoest. Onder het nieuwe verbond wordt echter gesproken over een geestelijke tempel waarin gelovigen als levende stenen worden opgebouwd.
Waar de oude tempel werd afgebroken, wordt de nieuwe tempel juist steeds verder opgebouwd.
Een tweede voorbeeld betreft de verhouding tussen licht en duisternis. In de eindtijd van het oude verbond nam de duisternis toe. In de uiteindelijke geschiedenis van de mensheid zal juist het licht van Christus steeds sterker doorbreken, totdat de duisternis volledig verdwijnt.
3.8 Nieuwe hemel en nieuwe aarde
Het laatste hoofdstuk van Openbaring beschrijft de uiteindelijke voltooiing van Gods scheppingsplan.
Daar wordt gesproken over een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, terwijl de zee niet meer wordt genoemd. Dit hoeft niet te betekenen dat de fysieke hemel en aarde verdwijnen.
Het kan ook verwijzen naar een verandering in bewustzijn.
De “eerste hemel” en de “eerste aarde” kunnen worden verstaan als de werkelijkheid zoals die wordt waargenomen vanuit het verduisterde bewustzijn. Wanneer deze duisternis verdwijnt, wordt een nieuwe werkelijkheid zichtbaar: de schepping zoals zij altijd bedoeld was.
De nieuwe hemel en nieuwe aarde zijn dan geen nieuwe schepping, maar de onthulling van een werkelijkheid die vanaf het begin al bestond, maar verborgen was door de verduistering van het menselijk bewustzijn.
3.9 De uiteindelijke voltooiing
Wanneer deze transformatie volledig is voltooid, zal de schepping haar bestemming bereiken.
Zoals Paulus schrijft:
“Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.” (1 Korintiërs 15:28)
Dan zal de dood niet meer zijn, en zal Gods leven de gehele werkelijkheid vervullen.
Het hemelse Jeruzalem zal neerdalen op aarde. Dan bereikt de schepping haar bestemming.
Klik hier om naar deel 4 van deze studie te gaan.
Als je graag door wilt praten over deze studie, dan zijn er twee mogelijkheden.
1) Kom een keer langs op de koffie. Stuur een berichtje via de contactpagina om een afspraak te maken.
2) We kunnen ook online een gesprek voeren. Stuur me gerust een bericht via de contactpagina voor een ontmoeting via Skype of Zoom.
Vond je dit artikel de moeite waard om te lezen, overweeg dan een kleine financiële bijdrage. Het rekeningnummer is NL94 ASNB 0932 1927 50 t.n.v. P. Overduin.
