Het is vandaag Hervormingsdag. Een mooie dag om aandacht te vragen voor misschien wel een van de belangrijkste hervormingen van onze tijd: een hervorming van ons bewustzijn.
Deze hervorming heeft alles te maken met de titel Christus. Jezus noemt zichzelf geregeld de Mensenzoon en identificeert zich daarmee met de mensheid. Hij leefde tijdens de overgang van het oude naar het nieuwe verbond. Als mens van vlees en bloed leefde hij onder het oude verbond; als Christus openbaarde hij de werkelijkheid van het nieuwe.
Het oude verbond wordt in Hebreeën beschreven als een schaduw van een diepere werkelijkheid (Hebreeën 8:5; 10:1). Die werkelijkheid vinden we in Christus.
Van het oude verbond naar de nieuwe en levende Weg
Jezus leefde als Jood onder de wet van Mozes en werd op grond van die wet veroordeeld tot de kruisiging. Met zijn bloed werd het nieuwe verbond bekrachtigd en kwam het oude verbond tot zijn einde.
De kruisiging van Jezus maakt deel uit van het zichtbare schaduwbeeld. De diepere werkelijkheid is dat in Christus de oude mensheid medegekruisigd is:
“onze oude mens medegekruisigd is” (Romeinen 6:6)
Hierdoor wordt de oude bestaanswijze ontkracht. Vervolgens zien we Christus door Jezus heen tot opstanding en verheerlijking komen. Daarmee wordt zichtbaar wat de bestemming van de mens is.
Hebreeën noemt dit de nieuwe en levende Weg (Hebreeën 10:20): de weg van de oude mens naar de nieuwe mens, van verduistering naar Licht, van Adam naar Christus.
Niet voor niets werden de eerste gelovigen aangeduid als mensen van de Weg (Handelingen 9:2). Ook wij worden uitgenodigd die weg te gaan: de weg waarop de oude mens wordt gekruisigd en de ene nieuwe mens in ons openbaar wordt.
Van bedekking naar Christus-bewustzijn
Wanneer onze aandacht uitsluitend gericht blijft op de historische persoon Jezus van Nazareth, kunnen we voorbijgaan aan de werkelijkheid die hij kwam openbaren. Paulus spreekt over een bedekking die het zicht op Christus verduistert.
Een nieuwe Reformatie gaat daarom dieper dan kerkstructuren of dogma’s. Het is een hervorming van bewustzijn, waardoor de bedekking wordt weggenomen en wij opnieuw leren zien wie wij werkelijk zijn.
Paulus spreekt opvallend positief over het menselijk lichaam:
“Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de heilige Geest in u woont? … Want de tempel Gods, en dat zijt gij, is heilig!” (1 Korintiërs 3:16,17b)
“Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?” (1 Korintiërs 6:19)
Ons lichaam is niet iets waaruit wij moeten ontsnappen. Het is een heilige tempel waarin Gods Geest woont. Daarom roept Paulus ons op God met ons lichaam te verheerlijken.
Deze werkelijkheid is verbonden met het grote mysterie waar Paulus naar verwijst:
“hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus in ons de hoop op heerlijkheid.” (Kolossenzen 1:27)
Christus in ons: de hoop op heerlijkheid
Dankzij Christus in ons kan ieder mens God verheerlijken met zijn leven en lichaam. Dit is het geheimenis dat Jezus kwam openbaren.
Het Griekse woord Christos is de vertaling van het Hebreeuwse Mashiyach (Messias) en betekent: Gezalfde. Die zalving verwijst naar de heilige Geest.
De Geest is de bron van alle leven. Zonder de Geest is er geen bestaan mogelijk. Zij is de levensadem van ieder mens en de dragende kracht van de hele schepping. De zalving van de Geest is daarom de hoop op heerlijkheid van ieder mens.
Johannes schrijft dat het ware Licht ieder mens verlicht die in de wereld komt (Johannes 1:9). Dat Licht is de oorsprong van de schepping en de bron van alle leven.
Jezus werd de zichtbare openbaring van dat Licht en wordt daarom de Christus genoemd. Maar hetzelfde Licht is ook aanwezig in ieder mens.
Christus is het Licht der wereld. Christus is de ene nieuwe mens. Christus is de ware identiteit van de mens.
Wij zijn geroepen om als Christus-mensen openbaar te worden. Dat is onze hoop op heerlijkheid.
De tempel als beeld van bewustzijn
Wanneer Paulus ons lichaam vergelijkt met een tempel, gebruikt hij het woord naos. Daarmee bedoelt hij niet het hele tempelcomplex, maar het eigenlijke heiligdom.
De voorhof kunnen we zien als een beeld van een leven dat volledig gericht is op de buitenwereld, waarin het Licht verborgen blijft en wij wandelen vanuit een verduisterd bewustzijn.
Het heilige verwijst naar Christus in ons. Het heilige der heiligen verwijst naar het Koninkrijk van God dat volgens Jezus binnen in ons is.
Zolang wij uitsluitend gericht zijn op het zichtbare en tastbare, kan de heerlijkheid die in ons aanwezig is voor ons verborgen blijven. Daarom worden wij uitgenodigd het heilige binnen te gaan en ons bewust te worden van Christus in ons. Daar verdwijnt de bedekking.
Van zonde-identiteit naar Christus-identiteit
Wanneer wij onszelf in de eerste plaats als zondaar blijven zien, identificeren we ons met de oude mens. Paulus wijst echter op de kruisiging van die oude mens en op de nieuwe werkelijkheid in Christus.
Wanneer ons bewustzijn wordt gereinigd van dode werken en oude identificaties, gaan wij zien dat Christus werkelijk alles en in allen is. Wanneer wij de oude mens voor gekruisigd houden, staat Christus in ons op en worden wij openbaar als zonen en dochters van God.
Dat is de Weg die Jezus heeft geopenbaard.
Wij zijn Christus-mensen.
Voorbij het dualistische denken
Deze werkelijkheid nodigt ons uit om lichaam en geest niet tegenover elkaar te plaatsen. Paulus ziet ons lichaam als heilig, als een tempel van de Geest. Christus in ons is geen toekomstige mogelijkheid, maar een bestaande werkelijkheid.
Daarom schrijft Paulus:
“Christus is alles in allen.” (Kolossenzen 3:11)
Woorden als levensenergie en Christus-bewustzijn worden tegenwoordig gemakkelijk met new age geassocieerd. Paulus gebruikt voor de werking van Gods Geest echter het woord energeia of afleidingen daarvan: werkzaamheid, werking of energie. Ook gebruikt hij suneidesis, meestal vertaald als geweten of besef, dat raakt aan wat wij vandaag bewustzijn noemen.
Dat betekent niet dat alle ideeën binnen de new age-beweging juist zijn. De gedachte van een goddelijke vonk in ieder mens hoeft echter niet strijdig te zijn met het Bijbelse spreken over Christus in ons.
Voor Paulus gaat het daarbij om de hele mens. Ook ons lichaam van vlees en bloed is bestemd om Gods heerlijkheid te openbaren.
Je binnenwereld bepaalt wat je waarneemt
Een belangrijk geestelijk principe is dat onze buitenwereld wordt beïnvloed door onze binnenwereld. Wanneer ons bewustzijn verduisterd is, zullen wij ook een verduisterde werkelijkheid waarnemen.
Wij zijn geneigd onze waarneming voor de werkelijkheid zelf te houden. Paulus wijst er echter op dat er een bedekking bestaat die ons zicht beperkt.
Geloven is daarom meer dan instemmen met leerstellingen. Geloven is leren zien voorbij wat zichtbaar is.
Wanneer wij gaan geloven dat wij gezalfden des Heren zijn, dat Christus in ons woont en dat wij geroepen zijn om als Christus-mensen openbaar te worden, verandert onze waarneming. Dan gaan wij de werkelijkheid zien zoals zij werkelijk is.
Dat is waar de schepping met reikhalzend verlangen op wacht.
Van heerlijkheid tot heerlijkheid
Paulus schrijft:
“Zodra de bedekking wordt weggenomen, zien we (in het heilige van onze tempel), als in een spiegel, de heerlijkheid van de Heer (Christus in ons), waardoor ons (fysieke) gedaante naar dat beeld (de heerlijkheid van de Heer) zal veranderen (metamorfose) van heerlijkheid tot heerlijkheid.” (2 Korintiërs 3:18)
Wie zie je in een spiegel?
Jezelf.
De heerlijkheid die wij aanschouwen is niet iets buiten ons. Het is Christus in ons. Naarmate wij ons hiervan bewust worden, vindt er een metamorfose plaats, van heerlijkheid tot heerlijkheid.
Steeds meer gaan wij leven vanuit onze ware Christus-identiteit als beeld van God. Steeds meer gaan wij God verheerlijken met ons lichaam.
De bestemming van de mens
Paulus schrijft:
“die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt…” (Filippenzen 3:21)
De bestemming van de mens is niet ontsnappen aan het lichaam, maar de verheerlijking van het lichaam. Niet vlucht uit de schepping, maar de voltooiing van de schepping.
Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet beërven. Daarom is een metamorfose noodzakelijk: een gedaanteverandering waardoor wij ten volle gaan delen in de heerlijkheid van God.
Uiteindelijk mondt deze weg uit in het doel van heel de schepping:
“Opdat God zal zijn alles en in allen*.”* (1 Korintiërs 15:28)
Reflectievragen
- Welke overtuigingen vormen bij jou nog een bedekking waardoor Christus in jou verborgen blijft?
- Wat betekent het voor jou dat jouw lichaam een tempel van de heilige Geest is?
- Wat zou er veranderen als je werkelijk ging leven vanuit de overtuiging dat Christus alles en in allen is?
Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.
Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.
