Paulus zag het in zijn tijd al: de hele schepping zucht en verkeert in barensnood.
“Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is.” (Romeinen 8:22)
Zoals de mens ontwaakt uit de verduistering en bewust gaat participeren in het goddelijke Leven, zo beweegt ook de hele schepping naar haar uiteindelijke metamorfose. De wedergeboorte heeft daarmee niet alleen een persoonlijke, maar ook een kosmische dimensie.
De schepping in barensnood
De natuurlijke schepping bevindt zich nog in de sfeer van vergankelijkheid en verduistering. Zij zucht. Wereldleiders zoeken naar manieren om grote mondiale problemen het hoofd te bieden. Agenda 2030 van de Verenigde Naties is daarvan een duidelijk voorbeeld: ingrijpende veranderingen worden noodzakelijk geacht om mens en aarde voor verdere ontwrichting te behoeden.
Het probleem ligt echter dieper dan politieke, economische of ecologische systemen. Vanuit een verduisterd bewustzijn zoekt de mens oplossingen binnen dezelfde natuurlijke werkelijkheid waarin de problemen zijn ontstaan. Wanneer het geestelijke perspectief ontbreekt, blijven denken en handelen uiteindelijk gevangen in het vlees.
“Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke.” (1 Korintiërs 15:46)
Vanuit menselijk perspectief kan het lijken alsof de wereld steeds verder afglijdt. Vanuit Gods perspectief beweegt de schepping echter naar haar bestemming. Alles is immers uit God, door God en tot God (Romeinen 11:36). De uiteindelijke horizon is dat God alles in allen zal zijn (1 Korintiërs 15:28).
God brengt de kosmos met Zichzelf in overeenstemming
Paulus beschrijft verzoening niet als iets dat ooit heeft plaatsgevonden, maar als een beweging van kosmische omvang:
“God is in Christus de kosmos met zich verzoenende, door haar de val in het bewustzijn niet toe te rekenen en het Woord der verzoening in ons te leggen.” (2 Korintiërs 5:19)
God brengt de kosmos in Christus met Zichzelf in overeenstemming. De hele schepping beweegt vanuit vergankelijkheid en verduistering naar de volle openbaring van het goddelijke Leven.
Die beweging gaat gepaard met barensweeën. Zoals een natuurlijke geboorte door weeën heen tot voltooiing komt, zo beschrijft Paulus ook de schepping als een werkelijkheid die zucht en in barensnood verkeert. Wereldwijde crises kunnen binnen dit perspectief worden gezien als tekenen van een schepping waarin de spanning tussen het oude en het nieuwe steeds sterker zichtbaar wordt.
De coronapandemie heeft laten zien hoe een crisis vrijwel de hele mensheid tegelijkertijd kan raken. Zulke gebeurtenissen maken zichtbaar hoe kwetsbaar onze bestaande structuren zijn en kunnen functioneren als barensweeën binnen een veel grotere beweging van transformatie.
De openbaring van de zonen van God
Paulus verbindt de bevrijding van de schepping rechtstreeks met het openbaar worden van de zonen van God:
“Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om de wil van hem, die haar daaraan onderworpen heeft, in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods.” (Romeinen 8:19-21)
De verandering begint zichtbaar te worden in mensen die ontwaken voor hun Christus-identiteit en steeds vollediger participeren in het Christus-Leven. In hen wordt zichtbaar wat in Christus reeds werkelijkheid is.
Paulus verwachtte deze doorbraak al binnen zijn eigen generatie. Mogelijk heeft zich in de eerste eeuw, rond 70 na Christus, reeds een voorlopige manifestatie van deze verheerlijking voltrokken. De universele bevrijding van de schepping bleef echter uit. De beweging die Paulus beschrijft, is daarmee niet beëindigd.
Wanneer het Christus-Licht steeds onbelemmerder door mensen heen zichtbaar wordt, raakt dit ook het collectieve bewustzijn van de mensheid. Zo zijn persoonlijke metamorfose en kosmische metamorfose met elkaar verbonden.
Het Woord van verzoening is in ons
God heeft de mens als kroon op de schepping bestemd om het Woord van verzoening zichtbaar te maken.
“door het Woord der verzoening in ons te leggen.” (2 Korintiërs 5:19b)
Dat Woord is Christus: de eerstgeborene van de hele schepping, het Licht dat ieder mens verlicht.
“In het Woord was leven en het leven was het Licht der mensen; … Het waarachtige Licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld.” (Johannes 1:5,9)
Paulus noemt dit het mysterie dat eeuwenlang verborgen is geweest: Christus in ons, de hoop op heerlijkheid (Kolossenzen 1:26-27).
Dit mysterie beperkt zich niet tot een kleine groep gelovigen. Christus is de dragende werkelijkheid van de hele mensheid. De mensheid vormt het Lichaam van Christus en in Jezus van Nazareth is deze werkelijkheid op unieke wijze zichtbaar geworden.
Wanneer het bewustzijn echter verduisterd is, blijft dit Licht bedekt. Jezus vergelijkt dat met een lamp die onder de korenmaat staat. Het Licht is er, maar het wordt niet zichtbaar. Daardoor kan de duisternis nog haar invloed uitoefenen.
Het Christus-zaad en de vernieuwing van ons denken
Het Woord van God is het zaad van de wedergeboorte: Christus, het Licht van de wereld. Dat zaad wil in ons bestaan tot volle openbaring komen.
Daarvoor is een radicale vernieuwing van ons denken nodig. Ons hart — de innerlijke grond van waaruit wij kijken, denken en leven — bepaalt hoe wij onszelf verstaan.
Zolang wij onszelf ten diepste blijven zien als van nature zondig en afgescheiden van God, blijft ons bewustzijn gevangen in een identiteit die niet overeenkomt met onze diepste werkelijkheid. De jonge wijn wordt dan in oude zakken geschonken.
Wanneer het vlees — het verduisterde denken vanuit afgescheidenheid — zijn greep verliest, ontstaat ruimte voor een nieuw bewustzijn. We gaan onszelf zien vanuit onze Christus-identiteit: als nieuwe schepping, gedragen door het Christus-Leven.
Daar vindt het zaad goede aarde.
De wedergeboorte is daarmee het ontwaken voor en steeds vollediger participeren in het Leven dat ons altijd al draagt. Christus wordt zichtbaar als ons diepste Leven. Zoals bij Jezus wordt het zo mogelijk dat de Zoon van God in en door de mens openbaar wordt.
Het Christus-Licht komt op de kandelaar te staan.
Van persoonlijke naar kosmische metamorfose
Hoewel het Christus-Licht bij veel mensen nog door verduisterd bewustzijn wordt bedekt, kan de duisternis het Licht uiteindelijk niet overwinnen (Johannes 1:5).
De metamorfose voltrekt zich in individuele mensen, in het collectieve bewustzijn van de mensheid en uiteindelijk in de hele schepping. Christus is immers alles en in allen (Kolossenzen 3:11).
Daarbij groeien koren en onkruid voorlopig naast elkaar op. Het onkruid verbeeldt het denken en handelen vanuit het vlees; het koren het Christus-Leven dat in de mens tot zichtbaarheid komt. Juist in de spanning tussen beide wordt zichtbaar waaruit wij leven.
De barensweeën van de schepping staan daarom niet los van haar uiteindelijke bestemming. Zelfs midden in vergankelijkheid en verduistering beweegt de kosmos naar haar voltooiing: de volledige bevrijding uit de sfeer van dood en de openbaring van Gods Leven in alles.
Oordeel als onthulling en bevrijding
Het uiteindelijke oordeel is binnen dit perspectief geen goddelijke afrekening, maar een onthulling. Het Licht brengt aan het licht wat werkelijk is.
Het kaf staat voor wat voortkomt uit verduisterd bewustzijn; het koren voor wat geworteld is in het Christus-Leven. Uiteindelijk kan alleen dat laatste standhouden.
Wat niet overeenkomt met Gods werkelijkheid wordt door het vuur zichtbaar gemaakt en verdwijnt. Niet de mens wordt vernietigd, maar datgene wat hem gevangenhoudt.
“Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi, of stro, ieders werk zal aan het licht komen. Want de dag zal het doen blijken, omdat hij met vuur verschijnt, en hoedanig ieders werk is, dat zal het vuur uitmaken. Indien het werk, dat hij erop gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen, maar indien iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden, doch hij zelf zal gered worden, maar als door vuur heen.” (1 Korintiërs 3:12-15)
De mens zelf wordt gered. Het vuur maakt onderscheid tussen wat werkelijk is en wat voorbijgaat.
Daarom loopt de geschiedenis niet uit op een eeuwige overwinning van duisternis, dood of verdeeldheid, maar op de kosmische voltooiing waarin de hele schepping wordt bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid.
De uiteindelijke horizon is niet vernietiging, maar transfiguratie.
God alles in allen.
Reflectievragen
- Wat betekent Christus in ons voor de manier waarop jij naar jezelf en andere mensen kijkt?
- Waar zie jij in deze tijd, naast de barensweeën van de schepping, ook tekenen van nieuw Leven zichtbaar worden?
- Wat bouw jij vandaag op het fundament van het Christus-Leven dat jouw bestaan draagt?
Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.
Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.
