Wanneer we het hebben over Christus als kosmische werkelijkheid of Christus-bewustzijn, kan gemakkelijk de indruk ontstaan dat we het over iets abstracts hebben. Over een geestelijke werkelijkheid die ergens boven of buiten onze zichtbare werkelijkheid en fysieke bestaan zweeft. Deze begrippen roepen daarom nogal eens associaties op met een vorm van spiritualiteit die weinig verbinding lijkt te hebben met het concrete leven van alledag.
Maar is dat ook wat Paulus bedoelt wanneer hij over Christus schrijft? Voordat we die conclusie trekken, moeten we eerst kijken naar de bredere context van zijn uitspraken over Christus.
Bij Paulus ontdekken we juist een diepgaande verbondenheid tussen Christus, de mens en de hele schepping. Christus is geen werkelijkheid die losstaat van de wereld waarin wij leven. Integendeel: alles bestaat in Christus, wordt door Christus gedragen en vindt in Christus zijn uiteindelijke bestemming. Paulus vat deze allesomvattende werkelijkheid kernachtig samen met: “Christus is alles en in allen” (Kolossenzen 3:11).
Bij Paulus reikt de betekenis van Christus veel verder dan de historische persoon Jezus van Nazareth. Christus is de allesomvattende werkelijkheid die de hele mensheid en schepping draagt. Daarmee raakt het Christus-Leven ons hele bestaan: ons lichaam, onze relaties en ons dagelijks leven.
Christus: de Gezalfde
Het woord Christus is de Griekse vertaling van het Hebreeuwse Messias en betekent Gezalfde. Christus veronderstelt dan ook een fysieke werkelijkheid die wordt gezalfd.
In de Bijbelse geschiedenis werden mensen gezalfd als teken van een bijzondere roeping. Koningen, priesters en soms profeten werden door zalving aangewezen voor hun taak. Ook Jezus van Nazareth werd gezalfd. Bij zijn doop in de Jordaan werd zijn zalving met Gods Geest zichtbaar gemaakt door het beeld van een duif die op hem neerdaalt (Matteüs 3:16). Daarmee kreeg zijn bijzondere roeping als Gezalfde een zichtbare gestalte.
Maar bij Paulus krijgt Christus een betekenis die verder reikt dan de zalving van afzonderlijke mensen in het Oude Testament en van Jezus van Nazareth in het Nieuwe Testament.
Hij schrijft over Christus:
“Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn.” (Kolossenzen 1:16)
Christus is de goddelijke werkelijkheid waarin ook de hele fysieke schepping bestaat. Vanuit dit perspectief krijgt de zalving met Gods Geest een kosmische betekenis: de ganse schepping is gezalfd met het Leven van Gods Geest. Met de woorden van de profeet Jesaja:
“Heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!” (Jesaja 6:3)
Daarmee bedoelen we niet dat de fysieke schepping al volledig Gods heerlijkheid weerspiegelt. Zij wordt immers nog gekenmerkt door vergankelijkheid en verduistering. Maar haar diepste wezen en uiteindelijke bestemming zijn geworteld in de allesomvattende Christus-werkelijkheid.
Alles bestaat in Christus
Paulus gaat nog een stap verder:
“En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen in Hem.” (Kolossenzen 1:17)
Deze woorden zijn fundamenteel voor ons verstaan van Christus.
Wanneer Paulus spreekt over “in Christus“, gebruikt hij een zogenoemde participatieformule. Daarmee bedoelt hij niet dat sommige mensen in Christus zijn en anderen daarbuiten. Ook de uitdrukking onze “identiteit in Christus” kan de indruk wekken alsof alleen gelovigen een Christus-identiteit hebben en mensen ook een identiteit buiten Christus zouden kunnen hebben.
Ieder mens heeft echter zijn diepste identiteit in de allesomvattende Christus-werkelijkheid, ongeacht of men zich daarvan bewust is. “In Christus zijn” betekent vanuit dit perspectief dat iemand zich bewust is geworden van zijn Christus-identiteit en de Christus-werkelijkheid, waarin hij volledig participeert en waarmee hij ten diepste één is.
Daarom schrijft Paulus: “als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden” (2 Korintiërs 5:17). Bij iemand die zich Christus-bewust is, heeft het oude denken vanuit het vlees plaatsgemaakt voor een vernieuwd bewustzijn van onze Christus-identiteit en de Christus-werkelijkheid.
Deze Christus-werkelijkheid omvat echter veel meer dan onze menselijke identiteit. Ook de fysieke schepping waarvan wij deel uitmaken, bestaat volledig binnen deze werkelijkheid.
De aarde, de natuur en ons lichamelijke bestaan vormen daarom geen lagere orde waaruit wij uiteindelijk moeten ontsnappen om God te ontmoeten. De hele fysieke schepping wordt gedragen door hetzelfde goddelijke Leven dat wij in onszelf als onze diepste identiteit leren herkennen.
Christus-bewustzijn maakt ons dan ook niet los van de fysieke wereld. Het is juist het ontwaken voor de goddelijke werkelijkheid waarin wij als concrete mensen, midden in deze schepping, bestaan.
Onze geestelijke ogen gaan open voor wat onze natuurlijke ogen niet altijd herkennen. De onzichtbare wereld is niet onwerkelijk, maar haar diepste werkelijkheid reikt verder dan wat wij met onze zintuigen kunnen waarnemen.
In Jezus wordt Christus zichtbaar als mens van vlees en bloed
Hier komen we bij de bijzondere betekenis van Jezus van Nazareth.
Wanneer Christus de werkelijkheid is waarin de hele schepping bestaat, betekent dat niet dat de persoon van Jezus zijn uniciteit verliest. Integendeel: juist in hem wordt voor het eerst in de geschiedenis zichtbaar wat het betekent wanneer de Christus-werkelijkheid in een mens volledig tot uitdrukking komt.
Paulus schrijft:
“Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk.” (Kolossenzen 2:9)
Dat woord lichamelijk is veelzeggend.
De volheid van God wordt zichtbaar midden in de materiële werkelijkheid, in een menselijk lichaam.
Jezus was een mens van vlees en bloed. Hij kende honger en vermoeidheid, vreugde en verdriet, verbondenheid en afwijzing. Hij leefde midden in de menselijke werkelijkheid, met alle kwetsbaarheid die daarbij hoort.
Juist in dat concrete menselijke bestaan krijgt Christus – de onzichtbare zalving van de Geest – een zichtbare gestalte: Jezus Christus!
Dat is de diepe betekenis van de incarnatie: het goddelijke Leven wordt herkenbaar in een mens van vlees en bloed.
Daarin is Jezus uniek als eersteling, maar niet exclusief. Wat in hem zichtbaar werd, is de bestemming van ieder mens. Hetzelfde Christus-Leven dat in Jezus tot volle uitdrukking kwam, wil nu al in een ieder van ons gestalte krijgen en zal uiteindelijk in de hele mensheid en schepping volledig openbaar worden.
Christus als eersteling van de opstanding
Paulus schrijft:
“Maar nu, Christus ís opgewekt uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn.” (1 Korintiërs 15:20)
In Jezus van Nazareth is de opstanding van Christus als eersteling openbaar geworden. Daarmee werd zichtbaar dat het goddelijke Leven sterker is dan de macht van dood en vergankelijkheid.
De betekenis hiervan reikt verder dan Jezus alleen. Christus is immers de diepste identiteit van ieder mens. Zijn opstanding opent daarmee een hoopvol perspectief voor de hele mensheid.
Iets verder schrijft Paulus:
“Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.” (1 Korintiërs 15:22)
De opstanding van Christus zoals deze in Jezus openbaar is geworden, staat daarmee niet los van ons eigen bestaan.
Onze diepste identiteit is deze ene, reeds opgestane Christus.
Wij hoeven onze Christus-identiteit niet zelf tot opstanding te brengen. Wij mogen ontwaken voor de werkelijkheid die in Jezus als eersteling openbaar is geworden.
Daarin ligt een geweldige hoop, juist midden in de vergankelijkheid die wij nog kunnen ervaren.
Christus in ons: een werkelijkheid die zichtbaar wil worden
Paulus noemt het een geheimenis:
“Christus in u, de hoop op heerlijkheid.” (Kolossenzen 1:27)
Dit geheimenis gaat veel verder dan de gedachte dat God ons van een afstand helpt of dat Jezus slechts een voorbeeld is dat wij moeten navolgen. Hoewel Christus onze diepste identiteit vormt, leven wij ons daarvan niet altijd bewust.
Paulus spreekt over mensen die verduisterd zijn in hun verstand en vervreemd van het Leven van God (Efeziërs 4:18).
Vanuit dat verduisterde bewustzijn ervaren we onszelf als afgescheiden van God, van de ander en van de schepping.
Maar onze ervaring van afgescheidenheid verandert niets aan onze Christus-identiteit en ook niet aan de Christus-werkelijkheid waarin wij bestaan.
Daarom roept Paulus op tot vernieuwing van ons denken:
“En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid.” (Romeinen 12:2)
Hier begint de praktische betekenis van Christus-bewustzijn.
Onze geestelijke ogen gaan open voor wie wij werkelijk zijn. We leren steeds minder leven vanuit angst, tekort en zelfhandhaving en steeds meer vanuit de gezindheid van Christus.
Dat is geen vlucht uit het gewone leven.
Het wordt juist zichtbaar in de manier waarop wij omgaan met onszelf, met andere mensen en met de wereld om ons heen.
Het Christus-Leven krijgt handen en voeten.
Ons lichaam is geen belemmering voor het Christus-Leven
Paulus schrijft:
“Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is?” (1 Korintiërs 6:19)
Ons lichaam is geen toevallig omhulsel waarin een geestelijk wezen tijdelijk verblijft, maar maakt wezenlijk deel uit van ons menselijke bestaan. Juist daarin krijgt het Christus-Leven een zichtbare gestalte.
Wanneer wij liefhebben, krijgt Gods Liefde handen die aanraken, ogen die de ander werkelijk zien en woorden die vrede brengen.
Wanneer wij vanuit vertrouwen leven, wordt dat zichtbaar in onze houding, onze keuzes en onze omgang met moeilijke omstandigheden.
De vrucht van de Geest waarover Paulus spreekt — liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid — is geen abstract geestelijk verschijnsel (Galaten 5:22).
Zij krijgt gestalte in concrete mensen.
Christus-bewustzijn is daarom ten diepste belichaamd bewustzijn.
Het is leven vanuit de Christus-werkelijkheid, midden in ons fysieke bestaan.
De hele schepping wacht op haar verheerlijking
De betekenis van Christus blijft bij Paulus niet beperkt tot het innerlijke leven van de mens.
Hij schrijft:
“Want de schepping is met reikhalzend verlangen onderworpen aan de openbaring van de kinderen van God.” (Romeinen 8:19)
En:
“Omdat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.” (Romeinen 8:21)
Hier wordt de kosmische betekenis van Christus bijzonder concreet.
De schepping is nog onderworpen aan vergankelijkheid. Zij zucht en ziet uit naar bevrijding. Haar bestemming is verheerlijking: onze lichamen en de fysieke schepping worden niet achtergelaten, maar bevrijd van de macht van het verderf en uiteindelijk getransfigureerd.
Paulus spreekt over het sterfelijke dat onsterfelijkheid aandoet en het vergankelijke dat onvergankelijk wordt (1 Korintiërs 15:53).
En hij schrijft:
“Want ook wij, die in deze tent zijn, zuchten terwijl we bezwaard zijn, omdat we niet ontkleed, maar overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven wordt verslonden.” (2 Korintiërs 5:4)
Niet ontkleed, maar overkleed.
Dat is een veelzeggend beeld.
De hoop van het evangelie is niet dat wij ons lichamelijke bestaan uiteindelijk achter ons laten om op te gaan in een uitsluitend geestelijke werkelijkheid.
De hoop is dat het sterfelijke door het Leven wordt opgenomen en getransformeerd.
De Christus-werkelijkheid waarin de schepping vanaf het begin bestaat, zal uiteindelijk ook in haar fysieke gestalte in heerlijkheid openbaar worden.
Van Christus-bewustzijn naar God alles in allen
Paulus beschrijft de uiteindelijke bestemming van mens en schepping met de woorden:
“Opdat God alles in allen zal zijn.” (1 Korintiërs 15:28)
Hier bereikt de beweging van verduistering naar het ontoegankelijke Licht haar voltooiing.
In Christus-bewustzijn worden onze ogen geopend voor de goddelijke werkelijkheid waarin wij bestaan. We leren leven vanuit onze Christus-identiteit en ontdekken dat ons bestaan nooit werkelijk van God gescheiden is geweest.
De uiteindelijke verlossing vindt haar voltooiing in Godsbewustzijn, waarin ieder ervaren onderscheid wegvalt en Gods eenheid volledig wordt gekend.
Maar daarmee verdwijnt de betekenis van de fysieke schepping niet.
De uiteindelijke verheerlijking betekent dat Gods Leven ook in de fysieke werkelijkheid zijn volle bestemming bereikt.
Zo wordt zichtbaar dat de kosmische Christus geen abstract begrip is, maar de werkelijkheid waarin de hele schepping haar oorsprong, bestaan en bestemming heeft.
Christus is dichterbij dan wij denken
Wij hoeven Christus niet ergens buiten onszelf of buiten de wereld te zoeken. Dat is een krachtig en bevrijdend inzicht.
Christus, die alles en in allen is, vormt de werkelijkheid waarin wij bestaan.
In Jezus van Nazareth werd de Christus-werkelijkheid zichtbaar in een mens van vlees en bloed. In zijn opstanding is Christus als eersteling openbaar geworden. Daarmee werd de hoop op onvergankelijk en onsterfelijk Leven historisch zichtbaar.
“Zij is nu geopenbaard door de verschijning van onze redder Christus Jezus, die de doodsmacht heeft vernietigd en het leven en de onsterfelijkheid aan het licht heeft gebracht door het evangelie.” (2 Timoteüs 1:10; WV).
En diezelfde Christus vormt de diepste identiteit van ieder mens.
Daarom is Christus-bewustzijn geen vlucht uit het menselijke bestaan. Het is juist een uitnodiging om volledig mens te worden, vanuit het Christus-Leven dat ons draagt.
Om midden in onze dagelijkse werkelijkheid Gods Koninkrijk te herkennen.
Om te leren leven vanuit Liefde, vrede en vertrouwen.
Om de ander te herkennen als iemand die in dezelfde Christus-werkelijkheid bestaat.
En om met hoop uit te zien naar de verheerlijking van de hele schepping.
De schepping is Christus-werkelijkheid. Christus-bewustzijn is het ontwaken voor deze allesomvattende werkelijkheid, waarvan de heerlijkheid uiteindelijk in heel de schepping zichtbaar zal worden, wanneer God alles in allen zal zijn.
Reflectievragen
- Wat verandert er in jouw kijk op de fysieke wereld wanneer je beseft dat de hele schepping in Christus bestaat?
- Hoe kan het Christus-Leven concreet zichtbaar worden in jouw lichaam, relaties en dagelijks leven?
- Welke hoop geeft het jou dat de opstanding van Christus in Jezus als eersteling al werkelijkheid is geworden en de hele schepping uitziet naar verheerlijking?
Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.
Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.
