Het kruis en de kennis van goed en kwaad
De theologie van verzoening door voldoening — de zogenoemde satisfactieleer — verstaat het kruis vanuit schuld, straf en genoegdoening. Vanuit het perspectief dat hier wordt ontvouwd, blijft daarmee de kennis van goed en kwaad een belangrijk kader voor het verstaan van het kruis.
Wanneer gerechtigheid wordt verstaan vanuit vergelding, ontstaat de gedachte dat op het kwaad een passende genoegdoening moet volgen. Maar Gods wegen zijn hoger dan onze wegen en Gods gedachten hoger dan onze gedachten. Gods handelen wordt niet bepaald door de menselijke behoefte aan vergelding.
“Toen ik jullie voorouders uit Egypte leidde, heb ik hun nooit iets gezegd of voorgeschreven over brand- en vredeoffers. Wat ik hun geboden heb, is dit: ‘Wees mij gehoorzaam, dan zal ik jullie God zijn en zullen jullie mijn volk zijn. Volg steeds de weg die ik jullie wijs, daar zullen jullie wél bij varen.’ Maar ze luisterden niet naar mij, ze hebben mij niet gehoorzaamd.” (Jeremia 7:22-24)
“Want in liefde heb Ik behagen en niet in slachtoffer, in kennis van God en niet in brandoffers.” (Hosea 6:6)
God had het kruis niet nodig om genadig te kunnen zijn
God had het kruis niet nodig om ons mensen te kunnen vergeven. Jezus was niet het ultieme zondoffer dat aan God moest worden aangeboden als voorwaarde om ons genadig te kunnen zijn.
Wanneer het kruis vanuit schuld, straf en genoegdoening wordt verstaan, sluit dat aan bij gerechtigheid op grond van de wet, zoals die binnen het oude verbond functioneerde. Deze bediening van de dood kende een bepaalde mate van heerlijkheid, maar was niet toereikend om ons te bevrijden uit onze gevallen staat. Zij openbaarde niet ten volle het hart van God.
Daarmee dringt zich onvermijdelijk de vraag op: Waarom heeft Jezus zich dan opgeofferd door zich als een lam naar de slachtbank te laten leiden en zich te laten kruisigen?
Aan het kruis werd de duisternis zichtbaar
Op Golgotha werd de duisternis die over de aarde ligt zichtbaar. Jezus heeft de vloek van zonde en dood, die vanaf Adam op aarde heeft geheerst, aan het kruis openlijk tentoongesteld en daarover als mens van vlees en bloed gezegevierd.
“Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw val en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem. Hij heeft ons collectief genade betoond, door het bewijsstuk uit te wissen, dat door de wet(matigheid) van zonde en dood ons naar beneden trok en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen: Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.” (op basis van Kolossenzen 2:13-15)
Het bloed van Abel riep vanaf de aarde — de plaats waar de duisternis zich bevindt — en niet vanuit de hemel. Aan het kruis werd de roep om vergelding vanuit de duisternis zichtbaar, niet een roep om vergelding vanuit de hemel.
Het kruis laat zien hoe diep de menselijke behoefte aan vergelding reikt. Niet Gods toorn moest aan het kruis worden gestild. Jezus liet zich kruisigen en legde daarmee de menselijke aanklacht openlijk bloot.
De oude mens werd met Christus gekruisigd
“Dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven van de zonde(macht) zouden zijn.” (Romeinen 6:6)
Het lichaam van de zonde is aan het kruis genageld. De vloek van zonde en dood is van zijn kracht ontdaan. In Jezus wordt zichtbaar dat bevrijding niet afhankelijk is van het systeem van wet, schuld en zondoffer.
Het collectieve bewustzijn van het denken in goed en kwaad — het rijk van de duisternis, het systeem van deze wereld — is door Jezus van Nazareth aan het Licht gebracht.
Daarmee liet hij het Christus-Licht in de duisternis schijnen en maakte hij aan het kruis de radicale genade en onvoorwaardelijke Liefde van Christus zichtbaar.
“Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.” (Lucas 23:34)
De duisternis heeft het Licht niet in haar macht gekregen (Johannes 1:5).
Christus in ons: het Licht dat ieder mens verlicht
“Daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat één voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.” (2 Korintiërs 5:15)
“Christus in ons is de hoop op heerlijkheid.” (Kolossenzen 1:27)
“Christus is alles en in allen.” (Kolossenzen 3:11)
De gekruisigde Christus woont in alle mensen van alle tijden. Christus is het waarachtige Licht dat ieder mens verlicht (Johannes 1:9).
De oude mens leeft echter onder de vloek van zonde en dood, in een verduisterd bewustzijn, en verlangt naar gerechtigheid op grond van de wet en door middel van vergelding. Zolang wij ons met die oude mens identificeren, wandelen we naar het vlees en blijft de macht van zonde en dood over ons heersen.
Van verduisterd bewustzijn naar het Licht
“Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw bewustzijn reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?” (Hebreeën 9:14)
Door het bloed van Jezus op waarde te schatten, wordt ons bewustzijn gereinigd van dode werken: van het oordelen en veroordelen vanuit de kennis van goed en kwaad.
“Zo kennen wij dan van nu aan niemand naar het vlees. Indien wij al Christus naar het vlees gekend hebben, thans niet meer. Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.” (2 Korintiërs 5:16-17)
We mogen ons volledig identificeren met de nieuwe mens: Christus in ons. Dat is de bekering waartoe Jezus oproept:
“Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is binnen in u.”
Bekering betekent daarmee een omkeer van bewustzijn: niet langer leven vanuit de oude mens en het denken in goed en kwaad, maar ontwaken voor Christus in ons en het Koninkrijk van God dat hier en nu aanwezig is.
Niet meer ik, maar Christus leeft door mij
“Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik (het ego / de oude mens), maar Christus (de nieuwe mens) leeft door mij.” (Galaten 2:20)
Als we met Christus zijn gekruisigd, zijn we bevrijd van de vloek van zonde en zullen we ook met hem opstaan uit onze geestelijke dood.
Dan zullen we openbaar worden als zonen en dochters van God, bevrijd van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid (Romeinen 8:19,21). Uiteindelijk wacht ons de erfenis van de volledige verlossing: de kroon van de verheerlijking, een verheerlijkt lichaam.
“En indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden heeft opgewekt, in u woont, dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont.” (Romeinen 8:11)
Het kruis is daarmee niet de voorwaarde waaronder God eindelijk genadig kon worden. Het maakt zichtbaar hoe het Christus-Licht midden in de duisternis blijft schijnen. Niet dankzij het kruis is er genade, maar ondanks het kruis blijkt de genade sterker dan de duisternis, de zonde en de dood.
Reflectievragen
- Zie jij het kruis vooral als een voorwaarde voor Gods genade, of als een openbaring van genade die er altijd al was?
- Wat betekent het voor jou dat de oude mens met Christus gekruisigd is?
- Wat verandert er wanneer je jezelf niet langer identificeert met de oude mens, maar met Christus in jou?
Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.
Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.
