Categorieën
Koninkrijk Onsterfelijkheid

Waar ware wedergeboorte toe leidt

Wedergeboorte is veel meer dan een geloofskeuze, bekeringservaring of verandering van levenshouding. Zij zet een metamorfose in gang die uiteindelijk zelfs ons fysieke lichaam omvat.

Daarom durf ik de stelling aan: zolang de dood nog het laatste woord over ons lichaam heeft, is de volle werkelijkheid waartoe wedergeboorte leidt nog niet openbaar geworden.

Met dit artikel wil ik laten zien hoe ik tot deze gedachte kom. Daarvoor wil ik opnieuw kijken naar wat Paulus schrijft over wedergeboorte, bewustzijn, verheerlijking en de overwinning op de dood.


Het Koninkrijk van God en ons bewustzijn

Het Koninkrijk van God is geen fysieke locatie waar we na ons sterven naartoe gaan, maar een goddelijke werkelijkheid waarvan we ons hier en nu bewust mogen worden. De beweging van wedergeboorte begint met het geboren worden uit Geest en mondt uiteindelijk uit in de verheerlijking van ons fysieke lichaam.

Paulus schrijft dat niet het geestelijke eerst komt, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke (1 Korintiërs 15:46). Onze natuurlijke geboorte hoeft daarom niet te worden gezien als een vergissing waaruit we moeten ontsnappen. Zij maakt deel uit van onze menselijke ontwikkeling, waarin we ons eerst bewust worden van onszelf als afzonderlijk individu. Ons fysieke bestaan is als het ware de akker waarin het geestelijke zaad tot ontkieming komt. Wedergeboorte betekent dat we ontwaken voor het Christus-Leven dat in ons aanwezig is en steeds meer leren leven vanuit onze Christus-identiteit.

Wanneer we de blijde boodschap van het Koninkrijk die Jezus verkondigde werkelijk gaan vertrouwen en ons bekeren van het vleselijke denken naar het denken vanuit Christus, begint een diepgaande verandering van ons bewustzijn. Christus in ons brengt deze geestelijke groei tot stand.

Het eerste deel van die groei gaat gepaard met geestelijke strijd. Die strijd speelt zich af in ons denken, maar vraagt ook in het dagelijks leven het nodige van ons. Daarom spreekt Jezus over het berekenen van de kosten voordat iemand besluit hem te volgen (Lukas 14:28).

Wanneer de overgang van de duisternis naar het Licht zich werkelijk voltrekt, verliest deze strijd uiteindelijk haar macht. Zolang de innerlijke strijd tussen duisternis en Licht ons nog beheerst, is de wedergeboorte nog niet tot haar volle werkelijkheid gekomen.

Het Koninkrijk van het Licht moeten we daarbij niet zonder meer gelijkstellen aan de uiteindelijke voltooiing. Het Koninkrijk van het Licht verwijst naar het Christus-bewustzijn, waarin onze ogen opengaan voor de werkelijkheid van Gods Koninkrijk. De uiteindelijke voltooiing ligt in het Godsbewustzijn, waarin God alles in allen zal zijn.


De vrucht van de Geest wordt zichtbaar

Wanneer ons bewustzijn wordt gereinigd van dode werken — van het oordelen en veroordelen vanuit de kennis van goed en kwaad — wordt Christus steeds meer zichtbaar in ons. Ons bewustzijn wordt vervuld van de Geest van God en de vrucht van de Geest komt tevoorschijn.

“De vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing.” (Galaten 5:22)

Deze vrucht is geen gedrag dat we met wilskracht moeten produceren. Zij groeit vanuit het Christus-Leven in ons.

Zolang liefde, vrede, goedheid en zelfbeheersing vooral iets zijn waaraan we proberen te voldoen, in plaats van vrucht die vanuit ons innerlijk tevoorschijn komt, is de wedergeboorte nog niet tot haar volle uitwerking gekomen.


Wedergeboorte maakt de kracht van de Geest zichtbaar

Door de wedergeboorte wordt ook de kracht zichtbaar die vanwege Christus in ons aanwezig is. Wat in potentie reeds aanwezig is, krijgt steeds meer ruimte om zich in ons leven te manifesteren.

In Jezus zien we wat leven vanuit die werkelijkheid betekent:

“Jezus wandelde vanaf dat moment in de kracht van de heilige Geest, weldoende allen die door de duisternis overweldigd waren, want God was met hem.” (Handelingen 10:38)

Wedergeboorte blijft daarom niet beperkt tot een innerlijke ervaring. Het Christus-Leven wordt zichtbaar in de manier waarop we anderen ontmoeten, dienen en helpen bevrijden uit wat hen gevangenhoudt.

Waar de kracht van het Christus-Leven nog niet zichtbaar wordt ten dienste van mensen die door duisternis worden overweldigd, is de wedergeboorte nog niet tot haar volle uitwerking gekomen.


Verzegeld met de heilige Geest

Door de wedergeboorte komen we in een bewustzijn waarin Christus alles en in allen voor ons wordt (Kolossenzen 3:11). In het leven van Jezus — tot het moment waarop hij zijn ‘Gode gelijk zijn’ heeft afgelegd — zien we hoe zo’n bestaan eruitziet.

Er is dan nog steeds sprake van een fysiek lichaam van vlees en bloed, maar we zijn verzegeld met de heilige Geest. Die verzegeling is het onderpand van wat nog komen gaat.

“In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werd, ook verzegeld met de heilige Geest der belofte, die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid.” (Efeziërs 1:13–14)

Door de wedergeboorte worden we openbaar als zonen en dochters van God. Maar daarmee is de metamorfose nog niet voltooid. De Geest is het onderpand van de uiteindelijke verlossing: de volledige bevrijding uit de machtssfeer van zonde, vergankelijkheid en dood.


Van vergankelijkheid naar onvergankelijkheid

Gods bedoeling is niet dat wij uiteindelijk aan ons fysieke bestaan ontsnappen. Het lichaam zelf wordt betrokken in de verlossing en komt tot zijn bestemming in de verheerlijking.

“Verheerlijkt dan God met uw lichaam.” (1 Korintiërs 6:20)

Paulus maakt in 1 Korintiërs 15:53–54 onderscheid tussen vergankelijkheid en sterfelijkheid. Het vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en het sterfelijke onsterfelijkheid.

Ook Romeinen 8 verbindt het openbaar worden van de zonen en dochters van God met de bevrijding van de schepping uit de slavernij van de vergankelijkheid. De schepping wacht met reikhalzend verlangen op deze openbaring, omdat ook zij bestemd is voor de vrijheid van de heerlijkheid van Gods kinderen (Romeinen 8:19–21).

De wedergeboorte is daarom geen eindpunt, maar draagt de verheerlijking reeds in zich. Zolang ons lichaam nog volledig onderworpen is aan vergankelijkheid, is de metamorfose waartoe de wedergeboorte leidt nog niet voltooid.

Lees in dit verband ook Handelingen 27:14–38 en 28:3–6. En voor de sporters onder ons: misschien krijgt ook Paulus’ opmerking dat lichamelijke oefening tot weinig nut is (1 Timoteüs 4:8) vanuit dit perspectief een bijzondere betekenis.


De laatste vijand: de dood

Niet alleen het vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen. Ook het sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. Daarin wordt uiteindelijk de laatste vijand overwonnen: de dood.

“En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning. Dood, waar is uw overwinning? Dood, waar is uw prikkel?” (1 Korintiërs 15:54–55)

De verlossing waarover Paulus spreekt, reikt dus tot in ons lichamelijke bestaan. De macht van de dood wordt niet bevestigd, maar overwonnen. De uiteindelijke bestemming van de mens is niet ontkleding, maar verheerlijking.


Van heerlijkheid tot heerlijkheid

Paulus beschrijft deze metamorfose ook in zijn tweede brief aan de Korintiërs:

“En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is.” (2 Korintiërs 3:18)

Wanneer de bedekking van het oude denken — het dualistische goed-en-kwaad-denken vanuit een verduisterd bewustzijn — wordt weggenomen, gaan we de heerlijkheid van God zien. Ons lichaam is immers een tempel van de Geest.

Wanneer die heerlijkheid zichtbaar wordt, begint ook onze bestaanswijze te veranderen naar hetzelfde beeld. Paulus spreekt over een verandering van heerlijkheid tot heerlijkheid, door de Heer die Geest is: Christus in ons.

De eerste heerlijkheid kunnen we verstaan als het Christus-bewustzijn, waarin onze ogen opengaan voor de werkelijkheid van Gods Koninkrijk. De tweede heerlijkheid verwijst naar het Godsbewustzijn, de uiteindelijke voltooiing waarin iedere verduistering verdwenen is en God alles in allen zal zijn.


Wedergeboorte mondt uit in verheerlijking

Ons fysieke lichaam van vlees en bloed is niet de eindbestemming. Het is bestemd voor transfiguratie: de overgang waarin het sterfelijke wordt opgenomen in onsterfelijkheid en het lichaam volledig participeert in Gods Leven.

“Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven.” (1 Korintiërs 15:50)

De wedergeboorte draagt daarom haar eigen voltooiing in zich. De Geest is het onderpand van onze verheerlijking. Het is de opstandingskracht van Christus in ons die de metamorfose voortstuwt totdat ook ons lichaam volledig wordt opgenomen in het Leven.

Dan wordt zichtbaar waartoe wedergeboorte uiteindelijk leidt: van duisternis naar Licht, van vergankelijkheid naar onvergankelijkheid en van sterfelijkheid naar onsterfelijkheid.

Het Christus-bewustzijn mondt uiteindelijk uit in Godsbewustzijn. Wat hier en nu reeds werkelijkheid is in Gods Koninkrijk, wordt dan volledig zichtbaar in mens en schepping.

Dan zal God alles in allen zijn.

Soli Deo Gloria!


En wie lichamelijk is gestorven?

Dit roept vanzelf de vraag op naar mensen die lichamelijk zijn gestorven voordat deze metamorfose in hen tot voltooiing kwam. Zijn zij dan niet gered? Gaan zij voor eeuwig verloren?

Die vragen ontstaan vooral wanneer we ervan uitgaan dat de fysieke dood het definitieve einde van Gods weg met een mens bepaalt. Maar juist dat hoeft niet het geval te zijn.

Als God uiteindelijk alles in allen zal zijn, mogen we ervan uitgaan dat dit ook werkelijk allen omvat. De fysieke dood vormt niet de grens van Gods vermogen om zijn doel met mens en schepping te bereiken. Hoe deze universele voltooiing gestalte krijgt, bespreek ik elders.

Voor nu is Paulus’ horizon voldoende:

“Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.” (1 Korintiërs 15:28)

Reflectievragen
  • Wat betekent wedergeboorte voor jou wanneer je haar niet als een eenmalige geloofservaring ziet, maar als het begin van een volledige metamorfose?
  • Wat verandert er in je kijk op verlossing wanneer ook je fysieke lichaam bestemd is voor transfiguratie en verheerlijking?
  • Wat betekent het voor jouw kijk op leven en dood wanneer Gods uiteindelijke doel werkelijk is dat Hij alles in allen zal zijn?

Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.

Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.


Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *