De gedachte dat God en de mens werkelijk van elkaar gescheiden zijn, lijkt diep verankerd in ons denken. Toch wijst de Bijbel in een andere richting. God is niet afwezig, maar de Bron en dragende werkelijkheid van al het leven. De vervreemding die wij ervaren, ontstaat doordat ons bewustzijn verduisterd is geraakt voor een werkelijkheid die altijd aanwezig is gebleven.
Gods Geest is de Bron van al het leven
Zonder de Geest van God is er geen leven mogelijk. Als Gods Geest zich werkelijk uit de mens zou terugtrekken, zou daarmee ook het leven verdwijnen. Een zinspeling daarop vinden we in Genesis 6:3, met het oog op de naderende vloed:
“Toen zei de HERE: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu hij zich misgaan heeft.” (Genesis 6:3; NBG)
Gods Geest is niet slechts op bepaalde plaatsen of in bepaalde mensen aanwezig. God is de dragende werkelijkheid waarin wij leven, bewegen en bestaan.
Gods Liefde rekent het kwaad niet toe
Er is nog een diepere reden waarom er nooit sprake kan zijn geweest van een ontologische scheiding tussen God en mens. De goddelijke Liefde rekent het kwaad niet toe, maar bedekt en verdraagt alle dingen.
“Liefde rekent het kwaad niet toe; zij bedekt alle dingen; zij verdraagt alle dingen.” (1 Korintiërs 13:5,7)
Gods wezen is onvoorwaardelijke Liefde en is dat van eeuwigheid af geweest. De misstappen van de mens hebben daarom nooit een ontologische kloof tussen God en mens kunnen veroorzaken.
Paulus verwoordt deze verbondenheid opvallend genoeg tegenover mensen die andere goden vereerden:
“Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en bestaan wij; zoals ook enkele van uw dichters gezegd hebben: Want wij zijn ook van Zijn geslacht.” (Handelingen 17:28)
Wij hoeven dus niet eerst een werkelijkheid binnen te gaan waarin God aanwezig is. Wij leven en bestaan reeds in God.
Vervreemding ontstaat door een verduisterd bewustzijn
De mens kan wel vervreemd raken van deze werkelijkheid. Door een verduisterd bewustzijn ervaren we Gods Liefde niet en herkennen we het goddelijke Leven niet dat ons draagt. We zijn als het ware blind geworden voor wat altijd aanwezig is geweest.
Daarom klinkt bij Jezus de oproep tot metanoia: vernieuwing van denken en bewustzijn. Het Koninkrijk van God is geen werkelijkheid die eerst van buitenaf naar ons toe moet komen. Het is reeds aanwezig, binnenin en onder ons, maar moet worden gezien.
De beweging van het evangelie is daarom een beweging van duisternis naar Licht, van verblinding naar zien en van gevangenschap naar vrijheid.
Jezus proclameert bevrijding en herstel
In zijn eerste optreden in de synagoge van Nazareth maakt Jezus zijn missie bekend. In Lukas 4:18-19 staan drie bewegingen centraal: blinde ogen worden geopend, gevangenen ontvangen vrijlating en gebrokenen worden in vrijheid heengezonden.
Jezus proclameert daarmee het goede nieuws van het Koninkrijk. Hij kwam om de zonde — het missen van Gods bedoeling met de mens — van de wereld weg te nemen.
Het Licht van Christus is sterker dan de duisternis. Duisternis heeft niet het laatste woord en kan het Licht niet in haar macht krijgen. Daarom schrijft Johannes:
“Het waarachtige Licht, komende in de wereld, verlicht ieder mens.” (Johannes 1:9)
De mensheid wordt uiteindelijk niet aan haar verduistering overgelaten. Het Licht dat reeds aanwezig is, zal volledig openbaar worden. Uiteindelijk zullen mensen ontwaken voor de Liefde van God waarin zij altijd al leefden, maar waarvoor hun ogen nog gesloten waren.
Daarom mogen blinde ogen worden geopend. Dat is de kracht van de proclamatie van het evangelie van het Koninkrijk.
Van verduistering naar bewust leven in Christus
Wanneer we bewust gaan participeren in het Christus-Leven, verandert onze waarneming. Het oude bepaalt niet langer hoe wij de werkelijkheid zien. Vanuit de Geest verschijnt alles in een nieuw Licht.
We leren dan ook anderen niet langer naar het vlees te kennen. Wie vanuit het Licht van het Koninkrijk kijkt, gaat Christus steeds meer herkennen als de dragende werkelijkheid van alles en allen.
Paulus vat die werkelijkheid kernachtig samen:
“Christus is alles en in allen.” (Kolossenzen 3:11)
Het gaat daarom niet alleen om een verandering van overtuigingen, maar om een verandering van bewustzijn en bestaanswijze: leven vanuit Christus in ons en wandelen in het Licht van het Koninkrijk.
Het Licht van de wereld wordt zichtbaar
Jezus zei:
“Zolang ik in de wereld ben, ben ik het Licht der wereld.” (Johannes 9:5)
Het Licht dat in Jezus zichtbaar werd, mag nu ook in ons zichtbaar worden. Wanneer wij ontwaken voor Christus in ons en vanuit het Christus-Leven wandelen, wordt het Koninkrijk zichtbaar in ons bestaan.
Dan wordt de verkondiging van het evangelie geen boodschap over een werkelijkheid die ooit misschien zal komen, maar de proclamatie van een werkelijkheid waarin we nu al mogen leven.
Dat geeft diepe rust en vrede in het hier en nu. Tegelijk geeft het hoop voor de hele mensheid. Juist in een wereld waarin duisternis soms zo nadrukkelijk aanwezig lijkt, blijft het Licht het laatste woord houden.
De bestemming van de schepping is niet blijvende vervreemding, maar volledige openbaring: God alles in allen.
Reflectievragen
- Waar merk jij dat je God soms nog ervaart als Iemand die buiten of tegenover jou staat?
- Wat verandert er wanneer je vervreemding niet ziet als werkelijke scheiding van God, maar als verduistering van je bewustzijn?
- Wat betekent het voor jouw kijk op andere mensen dat Christus alles en in allen is?
Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.
Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.
