Mocht je deel 1 van deze studie nog niet gelezen hebben, dan adviseren we om dat eerst te doen. Klik hier voor deel 1.
Deel 2 – Mensbeeld en de drie-eenheid
Inleiding
In het eerste deel hebben we gezien dat de schepping haar oorsprong heeft in God. Hemel en aarde zijn geen twee gescheiden werelden, maar verschillende dimensies van één werkelijkheid die uit God voortkomt. Hemel en aarde zijn niet twee gescheiden werelden, maar verschillende dimensies van één werkelijkheid die uit God voortkomt en door Hem wordt gedragen. Het licht van Christus is vanaf het begin in de schepping aanwezig en vormt de verborgen samenhang van alles wat bestaat.
Tegelijk zagen we dat de menselijke ervaring zich grotendeels afspeelt binnen een verduisterde waarneming van die werkelijkheid. De mens leeft in een wereld waarin het goddelijke licht wel aanwezig is, maar nog niet volledig wordt herkend.
Daarmee komt vanzelf de vraag op hoe de mens zelf binnen dit scheppingsverhaal geplaatst moet worden. Wie is de mens binnen deze werkelijkheid? Wat betekent het dat hij naar Gods beeld geschapen is? En hoe verhoudt zijn bewustzijn zich tot het licht dat in de schepping aanwezig is?
Om deze vragen te beantwoorden richten we ons nu op de schepping van de mens, zoals die in Genesis wordt beschreven.
2.1 – De geestelijke oorsprong van de mens
“En God (Elohim) zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis.”
(Genesis 1:26)
Het woord Ons kan worden verstaan als een verwijzing naar God (Elohim) en de eniggeboren Zoon van de Vader: Christus, het Licht dat in Genesis 1:3 verschijnt.
Vanuit dit perspectief kunnen we zeggen dat God de mensheid oorspronkelijk als geestelijke wezens heeft geschapen. Zij zijn naar het evenbeeld en de gelijkenis van God, die Geest is, geschapen. In deze oorspronkelijke staat bevinden zij zich binnen het Godsbewustzijn, wat in de Bijbelse taal de derde hemel genoemd kan worden.
In deze fase bezitten de mensen nog geen lichaam van vlees en bloed. Daardoor zijn zij zich nog niet bewust van zichzelf als afzonderlijke individuen.
De gedachte dat de geestelijke werkelijkheid van de mens voorafgaat aan zijn fysieke bestaan vinden we op meerdere plaatsen in de Schrift.
“Toen ik in het verborgene gemaakt werd, kunstig geweven in de schoot van de aarde, was mijn wezen voor U geen geheim.”
(Psalm 139:15)
“Eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend.”
(Jeremia 1:5)
Jakobus noemt God bovendien “de Vader der lichten” (Jakobus 1:17). In dat licht kunnen we alle geestelijke entiteiten van de mens zien als lichten die hun oorsprong in God hebben.
Samen vormen deze geestelijke mensen het Licht der wereld.
2.2 – Christus als het Licht van de schepping
Na de schepping van de geestelijke wereld verschijnt het Licht uit Genesis 1:3 op het toneel. Dit Licht kan worden verstaan als Christus, die in de Schrift ook wordt aangeduid als Elohim Jahweh – de ‘Ik Ben’.
God de Vader openbaart zich in dit Licht. We kunnen dit vergelijken met de zon en haar stralen: de zon zelf blijft ontoegankelijk, maar haar licht bereikt de wereld via haar stralen.
Zo openbaart God Zich via Christus.
“De Vader heeft de Zoon lief en heeft Hem alle dingen in handen gegeven.”
(Johannes 3:35)
In Christus is de gehele schepping tot stand gekomen.
“Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van heel de schepping; want in Hem zijn alle dingen geschapen.”
(Kolossenzen 1:15-17)
De zichtbare en onzichtbare schepping kan daarom worden gezien als een manifestatie van het goddelijke Licht. Christus is vanaf het begin alles en in allen.
2.3 – De val in bewustzijn
Wanneer de mens als geestelijk wezen een fysiek lichaam ontvangt, vindt er een overgang plaats. Deze overgang kan worden beschreven als een val in bewustzijn.
Deze val verloopt in twee fasen.
Eerste fase – conceptie
Bij iedere conceptie begint een nieuw menselijk leven waarin het Licht van Christus aanwezig is: een samensmelting van eicel, zaadcel en de geestelijke entiteit van de mens.
Er is een fysiek lichaam in wording, maar het bewustzijn is nog niet verduisterd. Het kind bevindt zich in wat we de tweede hemel kunnen noemen: het Christusbewustzijn.
Tweede fase – geboorte en individualisering
Wanneer de baby uit het vruchtwater wordt geboren, ontwikkelt zich langzaam het bewustzijn van het eigen lichaam en de buitenwereld.
Daardoor raakt het geestelijke bewustzijn geleidelijk verduisterd. De mens komt terecht in wat we de eerste hemel kunnen noemen: de staat van het verduisterde bewustzijn.
2.4 – Het verborgen mysterie: Christus in ons
Hoewel het bewustzijn verduisterd raakt, blijft Christus aanwezig in de mens.
“Het waarachtige Licht, dat ieder mens verlicht, kwam in de wereld.”
(Johannes 1:9)
Christus is dus niet verdwenen, maar verborgen geworden.
Paulus noemt dit:
“Het mysterie dat eeuwenlang verborgen was… Christus in u, de hoop der heerlijkheid.”
(Kolossenzen 1:26-27)
Dit mysterie geldt voor alle mensen van alle tijden.
2.5 – De drie-eenheid en de drie bewustzijnslagen
Vanuit dit perspectief kan ook de klassieke christelijke leer van de drie-eenheid op een nieuwe manier worden begrepen.
De Bijbel spreekt over Vader, Zoon en Heilige Geest niet als drie afzonderlijke godheden, maar als drie manieren waarop het ene goddelijke leven zich openbaart. In het licht van het bewustzijnsperspectief dat in deze studie wordt ontwikkeld, kunnen deze drie dimensies ook worden verstaan als drie niveaus van participatie in het goddelijke leven.
Het Godsbewustzijn correspondeert met wat de Schrift de Vader noemt: de bron van alle leven en het allesomvattende bewustzijn waaruit de schepping voortkomt.
Het Christusbewustzijn correspondeert met de Zoon: het goddelijke licht dat de schepping doordringt en waardoor de mens opnieuw tot zijn oorsprong kan ontwaken.
Het menselijke bestaan van vlees en bloed vormt de derde dimensie: de zichtbare manifestatie van het goddelijke leven binnen de schepping.
Wanneer deze drie dimensies samen worden gezien, ontstaat een dynamisch beeld van de drie-eenheid: God als bron, Christus als openbaring van dat leven, en de mensheid als participerende expressie daarvan.
Vanuit dit perspectief verschijnt ook de drie-eenheid van God in het scheppingsverhaal.
- God (Elohim) – de Vader
- Christus (Elohim Jahweh) – de ‘enig-geborene van de Vader’, die zich openbaart door de Geest
- de mensheid – de Zoon van God
Het zijn drie manieren waarop God Zichzelf in de schepping openbaart.
De gehele mensheid vormt gezamenlijk het lichaam van Christus.
Het onderscheid tussen deze verschillende lagen van bewustzijn sluit nauw aan bij de manier waarop Paulus over de geestelijke werkelijkheid spreekt. In zijn brieven maakt hij herhaaldelijk onderscheid tussen verschillende bestaanswijzen waarin de mens kan participeren. Zo spreekt hij over “leven naar het vlees” en “leven in de Geest“, over de “oude mens” en de “nieuwe mens”, en over een werkelijkheid waarin mensen “in Adam” of “in Christus” kunnen zijn.
Daarnaast gebruikt Paulus het beeld van de hemelse gewesten en beschrijft hij zelfs een persoonlijke ervaring waarin hij werd opgenomen tot in de derde hemel (2 Korintiërs 12:2). Deze taal suggereert dat Paulus de geestelijke werkelijkheid niet zag als één homogeen domein, maar als een werkelijkheid met verschillende niveaus of sferen van participatie.
Wanneer we deze paulinische taal verbinden met het bewustzijnsperspectief dat in deze studie wordt gebruikt, kunnen we spreken over drie lagen van bewustzijn:
- het verduisterde bewustzijn
- het Christusbewustzijn
- het Godsbewustzijn
Deze indeling helpt om Paulus’ onderscheid tussen dood en leven, vlees en Geest, en Adam en Christus beter te begrijpen.
De verschillende lagen van bewustzijn waarin de mens kan participeren, kunnen schematisch als volgt worden weergegeven.

Om het vervolg goed te kunnen volgen is het handig om dit schema erbij te houden. Klik hier om het schema in een nieuw venster te openen. Je kunt het dan eventueel ook uitprinten.
Deze drie lagen van bewustzijn beschrijven de verschillende bestaanswijzen waarin de mens kan participeren. Het verduisterde bewustzijn correspondeert met de eerste hemel en met de voorhof van de tempel: de sfeer waarin de mens de werkelijkheid voornamelijk waarneemt via de zintuigen en het onderscheid tussen goed en kwaad. Het Christusbewustzijn correspondeert met het heilige: de sfeer waarin de mens ontwaakt tot het licht van Christus dat reeds in hem aanwezig is. Het Godsbewustzijn correspondeert met het heilige der heiligen: de diepste eenheid met God waarin de schepping haar uiteindelijke bestemming bereikt.
2.6 – De weg naar verheerlijking
De drie bewustzijnslagen beschrijven de structuur van de geestelijke werkelijkheid waarin de mens zich bevindt. Het leven van de mens kan vervolgens worden verstaan als een beweging door deze lagen van bewustzijn: van de oorspronkelijke eenheid met God, via incarnatie en verduistering van het bewustzijn, naar wedergeboorte, transformatie en uiteindelijk verheerlijking. In deze paragraaf wordt deze weg van de mens verder uitgewerkt.
Paulus noemt het lichaam een tempel van de Geest.
“Uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest.”
(1 Korintiërs 6:19)
De tempelstructuur weerspiegelt de drie bewustzijnslagen:
voorhof → verduisterd bewustzijn
heilige → Christusbewustzijn
heilige der heiligen → Godsbewustzijn
De mens wordt uitgenodigd om door het werk van Christus deze weg van transformatie te gaan.
Paulus spreekt daarom ook over twee opstandingen:
- de eerste opstanding: ontwaken tot Christusbewustzijn
- de tweede opstanding: de metamorfose van het lichaam
“Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet beërven.”
(1 Korintiërs 15:50)
Schematische voorstelling van de weg van de mens
Van Godsbewustzijn via incarnatie naar wedergeboorte en verheerlijking

Klik hier om deze afbeelding in een nieuw venster te openen en/of de afbeelding af te drukken.
Dit schema laat de weg van de mens zien als een beweging van bewustzijn: van de geestelijke oorsprong in God, via incarnatie en verduistering, naar wedergeboorte, verheerlijking en de uiteindelijke terugkeer tot de volle eenheid met God.
2.7 – De kosmische voltooiing
De uiteindelijke voltooiing vindt plaats wanneer de gehele mensheid tot deze verheerlijking komt.
Dan zal Christus de heerschappij overdragen aan de Vader en zal de werkelijkheid haar bestemming bereiken:
God zal alles en in allen zijn.
Daarmee bereikt de weg die in dit deel is beschreven haar doel: de volledige eenheid van de schepping met God: de weg van de mens vanuit een verduisterd bewustzijn naar deelname aan het Christus-Leven en uiteindelijk tot de volle eenheid met God.
De vraag die vervolgens ontstaat is hoe deze beweging zichtbaar wordt in de geschiedenis. In het volgende deel zullen we daarom kijken hoe de Bijbel zelf deze ontwikkeling beschrijft en hoe de geschiedenis van Israël functioneert als openbaring van Gods plan met de mensheid.
Klik hier om naar deel 3 van deze serie te gaan.
Als je graag door wilt praten over deze studie, dan zijn er twee mogelijkheden.
1) Kom een keer langs op de koffie. Stuur een berichtje via de contactpagina om een afspraak te maken.
2) We kunnen ook online een gesprek voeren. Stuur me gerust een bericht via de contactpagina voor een ontmoeting via Skype of Zoom.
Vond je dit artikel de moeite waard om te lezen, overweeg dan een kleine financiële bijdrage. Het rekeningnummer is NL94 ASNB 0932 1927 50 t.n.v. P. Overduin.
