Categorieën
Koninkrijk

Ben jij een aangenomen of een bloedeigen kind van God?

Hij heeft ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen.” (Efeziërs 1:5; NBG’51)


Adoptie of openbaring van wie je altijd al bent?

Veel christenen lezen Efeziërs 1:5 alsof Paulus zegt dat God ons heeft geadopteerd als zijn kinderen. Volgens die uitleg waren we oorspronkelijk geen kinderen van God meer, maar kinderen van de duivel geworden door de erfzonde. Dankzij Jezus zouden we vervolgens alsnog als aangenomen kinderen in Gods gezin kunnen worden opgenomen.

Hoe mooi dit beeld ook klinkt, het roept een fundamentele vraag op: worden wij daardoor ooit werkelijk Gods eigen kinderen? Een geadopteerd kind blijft immers een aangenomen kind. Dat is iets anders dan een bloedeigen zoon of dochter.

Deze uitleg doet geen recht aan Gods onvoorwaardelijke liefde en aan de werkelijkheid dat ieder mens zijn oorsprong in God heeft. Ieder mens is door God geschapen en draagt vanaf het begin zijn leven in zich. Daarom kan niets ons uiteindelijk scheiden van de liefde van Christus. Of iemand zich daarvan bewust is of niet, verandert niets aan die werkelijkheid.


Wat betekent ‘huiothesia‘ werkelijk?

Het Griekse woord huiothesia, dat vaak met ‘aanneming tot kinderen’ wordt vertaald, kan ook anders worden begrepen. Letterlijk kan het de betekenis hebben van: bekendgemaakt worden als zoon of dochter, of openbaar worden als kind van God.

Die betekenis sluit veel beter aan bij de Joodse context waarin Paulus schreef.

Bij de bar-mitswa (en bat-mitswa) veranderde de identiteit van een kind immers niet. Het kreeg geen nieuwe ouders en werd ook geen ander mens. Tijdens deze ceremonie werd openbaar bevestigd wie het al was en werd het voortaan verantwoordelijk geacht om vanuit die identiteit te leven.

Zo spreekt Paulus niet over een verandering van afkomst, maar over het openbaar worden van een werkelijkheid die altijd al aanwezig was.


Van Christus-identiteit naar Christus-bewustzijn

Wanneer Paulus spreekt over het bekendmaken van zonen en dochters van God, gaat het niet over een nieuwe identiteit, maar over een nieuw Christus-bewustzijn.

Het diepste probleem van de mens is niet dat hij geen kind van God zou zijn, maar dat hij niet weet wie hij werkelijk is.

Daarom draait het evangelie niet om het verkrijgen van een nieuwe identiteit, maar om het ontwaken voor de Christus-identiteit die altijd al aanwezig was. Naarmate de bedekking over ons bewustzijn verdwijnt, gaan we steeds meer leven vanuit het Koninkrijk van God dat al in ons midden aanwezig is.

God verlangt ernaar dat zijn zonen en dochters zichtbaar worden in deze wereld. Niet als mensen die proberen kinderen van God te worden, maar als mensen die ontdekken wie zij werkelijk zijn en van daaruit leven.

Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.” (Matteüs 5:16)


Het identiteitsprobleem van de mens

Was God vóór die bewustwording niet onze Vader? Hadden wij daarvoor een andere identiteit? Waren wij kinderen van de duivel?

Paulus’ antwoord wijst een andere richting.

De gedachte dat de mens met een zondige natuur geboren wordt en daardoor zijn oorspronkelijke identiteit verloren zou hebben, heeft door de eeuwen heen diepe sporen nagelaten. Veel mensen leven met schuld, minderwaardigheid en het gevoel niet werkelijk geliefd te zijn.

Het evangelie begint echter niet bij wat wij missen, maar bij wat God altijd al over ons heeft uitgesproken.

De mens leeft niet los van God, maar vanuit een verduisterd bewustzijn van de werkelijkheid waarin hij altijd al leeft.


Christus in ons: de ontdekking van wie wij zijn

Soms wordt gezegd dat onze identiteit pas in Christus ligt, alsof er ooit een moment was waarop wij buiten Christus bestonden.

Paulus wijst juist op een veel diepere werkelijkheid.

Christus in ons is geen nieuwe situatie die pas ontstaat wanneer wij gaan geloven. Het is de werkelijkheid die zichtbaar wordt wanneer ons Christus-bewustzijn ontwaakt.

Daarom is het doel van het evangelie niet dat mensen iets worden wat zij nog niet zijn, maar dat zij openbaar worden als wie zij altijd al waren.

In die zin krijgt Efeziërs 1:5 een verrassende lading:

Hij heeft ons voorbestemd om ons als Christussen bekend te maken aan de wereld.” (Efeziërs 1:5 – vrije weergave)


Reflectievragen
  • Zie jij jezelf vooral als een aangenomen kind van God, of als een zoon of dochter die ontdekt wie hij altijd al was?
  • Wat verandert er in jouw Godsbeeld wanneer identiteit voorafgaat aan bewustwording?
  • Op welke gebieden merk je dat jouw Christus-bewustzijn verder mag ontwaken?
  • Hoe zou jouw dagelijks leven eruitzien wanneer je werkelijk leeft vanuit jouw Christus-identiteit?
  • Op welke manier kan het Christus-Leven vandaag zichtbaar worden door jou?

Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.

Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
De administratieve verwerking van je bijdrage verloopt via Coachingspraktijk Overduin.

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze blog / infomail.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *