Categorieën
Christus

Wanneer werden de heilsfeiten werkelijkheid?

De christelijke traditie kent zes gebeurtenissen die vaak als heilsfeiten worden aangeduid: de geboorte van Jezus, zijn kruisdood, zijn opstanding, de Hemelvaart, Pinksteren en de Wederkomst.

Maar wanneer werden deze heilsfeiten werkelijkheid? Werden ze pas werkelijkheid op het moment waarop ze in de geschiedenis plaatsvonden? Of concretiseren deze historische gebeurtenissen een Christus-werkelijkheid die vanaf het begin aanwezig was?

Om die vraag te beantwoorden, moeten we kijken naar de boodschap die Jezus verkondigde: het Koninkrijk van God.

“Bekeert u, want het Koninkrijk van God is nabij gekomen.”


Het Koninkrijk was vanaf het begin bereid

Jezus spreekt in zijn gelijkenissen over een Koninkrijk waarvan de werkelijkheid veel verder teruggaat dan zijn eigen historische optreden.

“Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zuurdesem, … Dit alles zeide Jezus in gelijkenissen tot de scharen en zonder gelijkenis zeide Hij niets tot hen, … Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is.” (Matteüs 13:33-35)

“Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een zeker koning die voor zijn zoon een bruiloft bereid had, en hij stuurde zijn slaven eropuit om de genodigden voor de bruiloft te roepen.” (Matteüs 22:2-3)

“Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af.” (Matteüs 25:34)

Het Koninkrijk van God verschijnt hier als een werkelijkheid die vanaf de grondlegging van de wereld bereid is, maar lange tijd verborgen is gebleven.

Paulus gebruikt vergelijkbare woorden wanneer hij spreekt over het mysterie dat nu openbaar wordt:

“Het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan zijn heiligen. … Christus in u, de hoop der heerlijkheid.” (Kolossenzen 1:26-27)

Wat eeuwenlang verborgen bleef, wordt openbaar als Christus in ons. Dat sluit aan bij de woorden van Jezus:

“Zie, het koninkrijk van God is binnen in u.” (Lukas 17:21)

Het Koninkrijk van God en Christus in ons wijzen daarmee naar dezelfde verborgen werkelijkheid. Vanuit dat perspectief kunnen ook de zes heilsfeiten worden verstaan. Ieder heilsfeit concretiseert op een eigen manier iets van de Christus-werkelijkheid die vanaf het begin aanwezig is.


De geboorte: de incarnatie van Christus

In de geboorte van Jezus van Nazareth krijgt Christus concreet menselijke en lichamelijke gestalte. In hem wordt zichtbaar wat vanaf het begin in de fysieke schepping verborgen aanwezig was: Gods Leven krijgt gestalte in het menselijke bestaan.

Paulus schrijft:

“Christus is alles en in allen.” (Kolossenzen 3:11)

De incarnatie beperkt zich vanuit dit perspectief niet tot de gedachte dat God op één moment de fysieke werkelijkheid binnentreedt. De hele schepping wordt gedragen en doortrokken door de Christus-werkelijkheid. In Jezus van Nazareth wordt deze werkelijkheid op unieke en concrete wijze zichtbaar in een mens.

De geboorte concretiseert zo Christus in het vlees: de verborgen goddelijke werkelijkheid krijgt zichtbare, menselijke gestalte.


Het kruis: Christus in het lijden

Ook het kruis concretiseert een werkelijkheid die dieper gaat dan het historische moment waarop Jezus wordt gekruisigd.

Openbaring spreekt over:

“Het boek des levens van het Lam, dat geslacht is vanaf de grondlegging der wereld.” (Openbaring 13:8)

Het kruis van Jezus maakt in de geschiedenis zichtbaar wat vanaf de grondlegging van de wereld in Christus besloten ligt. Het Lam wordt niet pas op Golgotha werkelijkheid. Op Golgotha krijgt deze werkelijkheid een concrete historische gestalte.

Daarmee krijgt ook het lijden een plaats binnen de Christus-werkelijkheid. Christus staat niet op afstand van het lijden van de schepping, maar is er middenin aanwezig. In het kruis van Jezus wordt dit op indringende wijze zichtbaar: God is niet afwezig waar mensen pijn, verlies, gebrokenheid en sterfelijkheid ervaren.

Het kruis laat zo zien dat het Christus-Leven niet betekent dat wij het lijden ontlopen. Juist midden in het lijden kan Christus gestalte krijgen. Het lijden heeft niet het laatste woord, maar kan de plaats worden waar het Christus-Leven door alles heen zichtbaar wordt.

Het kruis concretiseert daarmee Christus in het lijden: het goddelijke Leven dat zelfs midden in gebrokenheid en dood aanwezig blijft.


De opstanding: de kracht van het Christus-Leven

In de opstanding van Jezus wordt zichtbaar dat het Christus-Leven niet door dood en vergankelijkheid kan worden vastgehouden. De opstanding concretiseert het opstaan van Christus in de mensheid.

Ook deze werkelijkheid begint niet pas op Paasmorgen. Paulus spreekt over een mysterie dat eeuwenlang verborgen is geweest:

“… het mysterie dat in alle eeuwen en voor alle generaties verborgen is geweest, maar nu aan zijn heiligen onthuld is. Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u, hij is uw hoop op goddelijke luister.” (Kolossenzen 1:26-27)

Christus in ons is de verborgen werkelijkheid. De kracht waardoor Jezus uit de dood opstaat, is geen kracht die op Paasmorgen voor het eerst in Gods schepping verschijnt. Het is de opstandingskracht van het Christus-Leven die vanaf het begin werkzaam is en in de opstanding van Jezus op unieke en beslissende wijze zichtbaar wordt.

Diezelfde kracht werkt waar midden in dood nieuw leven ontstaat, waar duisternis plaatsmaakt voor Licht en waar mensen door lijden en gebrokenheid heen worden vernieuwd. Opstanding is daarmee niet alleen een werkelijkheid voor straks. De opstandingskracht van Christus is nu reeds werkzaam.

In Jezus wordt tegelijk zichtbaar waar dit Christus-Leven uiteindelijk naartoe beweegt: door dood en vergankelijkheid heen naar onvergankelijk Leven. Zijn lichamelijke opstanding maakt concreet zichtbaar wat de bestemming van de mensheid is.

De opstanding concretiseert daarmee de kracht van het Christus-Leven: het Leven dat midden in de schepping werkzaam is en uiteindelijk dood en vergankelijkheid overwint.


De Hemelvaart: Christus als Heer

De Hemelvaart wordt ook wel het kroningsfeest genoemd. Zij concretiseert de heerschappij van Christus. Christus is Kurios: Heer van het Koninkrijk.

Daarbij is het belangrijk onderscheid te maken tussen Jezus van Nazareth en Christus, zonder beide van elkaar los te maken. Jezus openbaart in menselijke gestalte de Christus-werkelijkheid.

Paulus schrijft:

“De Here nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid.” (2 Korintiërs 3:17)

De Hemelvaart maakt daarmee zichtbaar dat de Christus-werkelijkheid niet gebonden is aan de fysieke aanwezigheid van Jezus van Nazareth. Christus regeert als Heer en wordt door de Geest werkzaam in mensen.

De Hemelvaart concretiseert zo de werkelijkheid van Christus als Heer.


Pinksteren: Christus wordt door de Geest werkzaam in mensen

Met Pinksteren gaan de Joodse leerlingen van Jezus in de kracht van de Geest de wereld in. Zij beginnen het mysterie te verkondigen dat eeuwenlang verborgen was gebleven.

Maar ook de Geest begint niet pas op de Pinksterdag te bestaan of werkzaam te zijn. Gods Geest is vanaf het begin werkzaam in de schepping.

Pinksteren concretiseert dat deze verborgen werkelijkheid nu krachtig in mensen openbaar wordt. Mensen worden zich bewust van Christus in hen en gaan vanuit die werkelijkheid leven en spreken.

Wat verborgen was, wordt zichtbaar. Wat onbewust aanwezig was, komt in het Licht van het bewustzijn te staan. Het Christus-Leven wordt door de Geest werkzaam in mensen en vindt door hen heen gestalte in de wereld.


De Wederkomst: Christus wordt openbaar

Ook de Wederkomst concretiseert iets van de Christus-werkelijkheid. Waar Christus verborgen aanwezig is, gaat het uiteindelijk om de volledige openbaarwording van die werkelijkheid.

De eerste volgelingen van Jezus verbonden de verschijning van de Zoon des mensen op de wolken met hun eigen generatie. Binnen die verwachting kan ook het jaar 70 na Christus worden betrokken bij de historische vervulling die de eerste Joodse Jezus-volgelingen voor ogen hadden.

Paulus schrijft:

“Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.” (1 Korintiërs 15:51-53)

De Wederkomst wijst daarmee op Christus die openbaar wordt. Wat verborgen aanwezig is, komt volledig aan het Licht. Uiteindelijk gaat deze openbaarwording verder dan één historisch moment: het sterfelijke wordt bekleed met onsterfelijkheid en de hele schepping wordt opgenomen in de volle openbaring van Gods Leven.


Zes heilsfeiten, één Christus-werkelijkheid

De zes heilsfeiten staan dus niet los van elkaar. Zij concretiseren ieder op een eigen manier dezelfde Christus-werkelijkheid:

  • in de geboorte krijgt Christus menselijke en lichamelijke gestalte;
  • aan het kruis wordt Christus zichtbaar midden in het lijden en de gebrokenheid van de schepping;
  • in de opstanding wordt de kracht van het Christus-Leven zichtbaar die door dood en vergankelijkheid heen nieuw en uiteindelijk onvergankelijk Leven voortbrengt;
  • in de Hemelvaart wordt Christus zichtbaar als Heer;
  • met Pinksteren wordt Christus door de Geest werkzaam en bewust in mensen;
  • in de Wederkomst wordt de verborgen Christus-werkelijkheid openbaar en beweegt zij naar haar volle voltooiing.

De historische gebeurtenissen zijn daarmee geen losse momenten waarop God telkens iets nieuws aan zijn werkelijkheid toevoegt. Zij maken concreet zichtbaar wat vanaf het begin in God en zijn schepping besloten ligt.

De Christus-werkelijkheid draagt de schepping. In Jezus van Nazareth krijgt zij een unieke menselijke gestalte. Aan het kruis wordt zichtbaar dat Christus midden in het lijden aanwezig is. In zijn opstanding wordt de kracht van het onvergankelijke Leven zichtbaar. Door de Geest wordt dit Christus-Leven in mensen werkzaam en opent hun bewustzijn zich voor de werkelijkheid waarin zij leven.

En uiteindelijk zal wat nu nog verborgen is volledig openbaar worden. Het sterfelijke zal onsterfelijkheid aandoen, dood en vergankelijkheid zullen hun macht verliezen en de hele schepping zal delen in de volle openbaring van Gods Leven.

Daarheen beweegt de geschiedenis:

“De laatste vijand die wordt uitgeschakeld is de dood. Want er staat geschreven dat God alles heeft onderworpen. Ja, alles, maar dat geldt natuurlijk niet voor God zelf, die alles aan hem onderworpen heeft. En wanneer alles aan hem is onderworpen, zal ook de Zoon zichzelf onderwerpen aan God, die alles aan hem heeft onderworpen. Dan zal God alles in allen zijn.” (1 Korintiërs 15:26-28)

Reflectievragen
  • Wat verandert er in jouw kijk op de heilsfeiten wanneer je ze ziet als historische openbaringen van een werkelijkheid die vanaf het begin in God gegeven is?
  • Wat betekent Christus in ons voor jouw verstaan van het Koninkrijk van God?
  • Waar herken jij in je eigen leven de beweging van verborgenheid naar de openbaring van het Christus-Leven?

Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.

Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.


Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *