Dit artikel is geschreven voor wie een diep verlangen kent om in eenheid met God te leven, maar daarin ook strijd en afstand ervaart. Dat verlangen voelt intens en echt, maar onthult tegelijk iets fundamenteels: het ontstaat vanuit een bewustzijn dat de eenheid nog niet volledig ziet.
Onze ware identiteit is één met God. Daar hoeft niets aan toegevoegd te worden. Het verlangen naar eenheid komt voort uit een verduisterd bewustzijn waarin we onszelf als afgescheiden van God ervaren.
Tegelijk is dit verlangen niet zinloos. Juist het ervaren van afstand kan de deur openen naar Licht. In mystieke tradities wordt gesproken over de ‘donkere nacht van de ziel’: een periode waarin God afwezig lijkt, terwijl onze ogen nog niet volledig geopend zijn voor Zijn aanwezigheid.
Dat spanningsveld klinkt door in de Psalmen:
“O God, Gij zijt mijn God, U zoek ik, mijn ziel dorst naar U, mijn vlees smacht naar U, in een dor en dorstig land, zonder water.” (Psalmen 63:2)
“Mijn ziel verlangt, ja smacht naar de voorhoven des HEREN; mijn hart en mijn vlees jubelen tot de levende God.” (Psalmen 84:2)
“Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God; wanneer zal ik komen en voor Gods aangezicht verschijnen?” (Psalmen 42:2)
Dit verlangen kan pijnlijk zijn, maar ook heilig. Het is de eerste beweging in wat we de goddelijke dans kunnen noemen.
De tempel als innerlijke werkelijkheid
Stel je voor dat je voor een majestueus gebouw staat. De poort staat open. Je kijkt naar binnen en ziet, achter een eerste ruimte, een tweede ruimte waar een intens Licht straalt — warm, uitnodigend, onweerstaanbaar. Iets in je wordt ernaartoe getrokken.
Sluit nu voor een moment je ogen en zie voor je wat ik zojuist heb beschreven.
Dat beeld weerspiegelt jouw innerlijke werkelijkheid.
De tempel ben jij.
De plek waar je staat, is de voorhof: het bewustzijn waarin duisternis nog aanwezig is. Het Licht dat je ziet, lijkt buiten je te zijn, maar is in werkelijkheid het Christus-Licht dat ook in jou aanwezig is — het Licht waardoor het Koninkrijk van God zichtbaar wordt.
Zolang het bewustzijn verduisterd is, ervaren we dit Licht gemakkelijk als iets buiten onszelf. We zoeken God op afstand, terwijl het Licht ons uitnodigt om naar binnen te keren.
De eerste bewegingen van de dans
De goddelijke dans begint wanneer het Licht zich even laat zien. Er is een moment van aanraking: liefde, vrede, vreugde, een diepe rust. Het is alsof God een stap naar voren doet.
Maar vervolgens kan die nabijheid weer lijken te verdwijnen — een stap terug.
Vanuit verduisterd bewustzijn voelt dat als afstand of verlies. Toch kan juist die ervaring ons verlangen verdiepen en ons bewustzijn uitnodigen om verder naar binnen te keren.
Soms lijken deze perioden lang te duren. Dagen, maanden of zelfs jaren. Maar het Licht is niet verdwenen omdat wij het niet ervaren. De werkelijkheid van Gods aanwezigheid blijft ons dragen.
Langzaam maar zeker trekt de dans ons verder naar binnen — het heilige van de tempel in. Daar wordt het Licht niet langer alleen als iets buiten ons waargenomen, maar begint het van binnenuit ons bewustzijn te verlichten.
Het heilige: ontwaken tot Christus-bewustzijn
In het heilige ontwaakt het Christus-bewustzijn.
Het Christus-Licht is niet langer iets wat we alleen buiten onszelf waarnemen, maar begint van binnenuit ons bewustzijn te verlichten. We ontdekken dat de wereld doordrenkt is van Gods heerlijkheid en dat er geen werkelijke scheiding bestaat.
Christus in ons wordt niet langer alleen een geloofswaarheid, maar een levende werkelijkheid.
Liefde, vrede en eenheid worden steeds minder iets waarnaar we zoeken en steeds meer iets van waaruit we leren leven. Het Christus-Leven krijgt gestalte in ons bestaan.
Toch blijft de dans doorgaan. Momenten van helderheid kunnen worden afgewisseld met momenten waarin afstand opnieuw lijkt te worden ervaren. Dat hoeft geen terugval te betekenen. Ook daarin kan ons bewustzijn zich verder verdiepen.
Steeds meer worden we ons bewust van de werkelijkheid die ons altijd al heeft gedragen.
De uitstraling van het Licht in de wereld
Wanneer het Christus-Licht in ons bewustzijn opgaat, blijft dat niet beperkt tot onszelf. Het raakt ook de wereld om ons heen en daarmee het collectieve bewustzijn.
Anderen kunnen iets van datzelfde Licht waarnemen — soms zonder het te kunnen benoemen.
Waar Licht zichtbaar wordt, kan het iets aanraken in anderen. Soms roept dat herkenning en verlangen op, soms ook weerstand. Toch blijft het Licht uitnodigen tot dezelfde beweging van bewustwording en ontwaken.
Het Licht dat zichtbaar wordt in mensen die vanuit Christus in hen leven, nodigt anderen uit om mee te bewegen in dezelfde dans.
Zo wordt steeds meer zichtbaar wat eerst verborgen bleef. Duisternis verliest haar greep waar het Licht doorbreekt.
Deze beweging reikt uiteindelijk verder dan het individu. De mensheid beweegt naar haar uiteindelijke bestemming: van verduisterd bewustzijn naar Christus-bewustzijn en uiteindelijk naar het Godsbewustzijn waarin God alles in allen zal zijn.
De goddelijke dans als eenheid van Vader, Zoon en Geest
De goddelijke dans is geen beweging tussen twee werkelijk gescheiden werelden, maar een beweging binnen Eén. Het is de dans van Vader, Zoon en Geest — een voortdurende beweging van openbaring binnen het ene goddelijke Leven.
De Vader is de Bron en Oorsprong van alles.
In de Zoon wordt zichtbaar wat het betekent om als mens vanuit eenheid met die Bron te leven.
Door de Geest ontwaakt het Christus-bewustzijn in ons en worden wij ons steeds meer bewust van de eenheid waarin wij altijd al gedragen zijn.
Hoe meer deze eenheid bewust wordt, hoe meer het Licht zichtbaar wordt op aarde. En hoe meer het Licht zichtbaar wordt, hoe vrijer het goddelijke Leven door mens en schepping heen tot uitdrukking kan komen.
En dan wordt de vraag onvermijdelijk: met wie dansen wij eigenlijk?
“Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.” (Handelingen 17:28)
De Ander blijkt geen Ander te zijn. De danspartner is het ene Leven zelf, waarin wij altijd al waren opgenomen.
De weg naar binnen: van duisternis naar Licht
Wanneer je je midden in een donkere nacht bevindt, hoeft deze fase niet het einde te zijn. Juist in het ervaren van duisternis kan ruimte ontstaan voor een dieper ontwaken tot het Licht.
De weg naar binnen vraagt om een verschuiving: van hoofd naar lichaam, van denken naar zijn.
Het vraagt om een leven waarin oordeel steeds meer plaatsmaakt voor openheid, voortdurende zorg voor vertrouwen en onrust voor stilte en aanwezigheid.
Niet als techniek om ergens te komen, maar als uitdrukking van een bewustzijn dat zich steeds verder opent voor de werkelijkheid van Gods aanwezigheid.
Zo verdiept de dans zich. Niet door inspanning, maar door overgave. Het Licht wordt helderder en de beweging naar binnen krijgt steeds meer ruimte.
Wat zich ontvouwt, is een innerlijke pelgrimage: van de voorhof — het verduisterde bewustzijn — via het heilige — het Christus-bewustzijn — naar het heilige der heiligen: het Godsbewustzijn waarin uiteindelijk God alles in allen zal zijn.
“Een bedevaartslied. Toen de HERE de gevangenen van Sion deed wederkeren, waren wij als degenen die dromen. Toen werd onze mond vervuld met lachen, onze tong met gejuich. Toen zei men onder de heidenen: De HERE heeft grote dingen bij hen gedaan! De HERE heeft grote dingen bij ons gedaan, wij waren verheugd. HERE, wend ons lot als beken in het Zuiderland. Wie met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien. Hij gaat al wenende voort, die de zaadbuidel draagt; voorzeker zal hij komen met gejuich, dragende zijn schoven.” (Psalmen 126)
Van verlangen naar bewustwording
De goddelijke dans begint misschien met verlangen, maar haar bestemming is niet dat wij God uiteindelijk bereiken.
We ontdekken gaandeweg dat de eenheid waarnaar we verlangden nooit afwezig is geweest.
Wat verandert, is ons bewustzijn.
In de voorhof ervaren we afstand en verlangen we naar het Licht. In het heilige ontwaken we tot Christus in ons en leren we leven vanuit het Christus-bewustzijn. En uiteindelijk vindt deze beweging haar voltooiing in het Godsbewustzijn, waarin iedere ervaren scheiding wegvalt en God alles in allen zal zijn.
De dans brengt ons dus niet naar een God die ver weg is.
Ze opent onze ogen voor de werkelijkheid waarin wij altijd al gedragen zijn:
“Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.”
Reflectievragen
- Herken je het verlangen naar God als een uitnodiging tot innerlijk ontwaken?
- In hoeverre leef je vanuit het besef dat Christus in jou is, in plaats van God buiten jezelf te zoeken?
- Wat helpt jou om meer aanwezig te zijn in je lichaam en innerlijke stilte?
Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.
Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.
