Jezus heeft de dood overwonnen en het eeuwige Leven aan het licht gebracht. Maar waarom sterven mensen dan nog steeds?
Het eeuwige Leven wordt vaak vooral geestelijk verstaan, waarbij de volledige verlossing pas na onze lichamelijke dood werkelijkheid wordt. Het Koninkrijk van God krijgt daarmee voor een belangrijk deel een toekomstige betekenis.
Tegelijkertijd bestaat er ruimte voor het geloof in lichamelijke genezing en zelfs in de mogelijkheid dat doden worden opgewekt. Wanneer het echter gaat over volledige bevrijding van sterfelijkheid en het aandoen van onsterfelijkheid, wordt die verwachting doorgaans naar later verschoven.
Dat roept een belangrijke vraag op.
Het Koninkrijk van God is hier en nu
Jezus verkondigde geen Koninkrijk dat uitsluitend na onze dood toegankelijk wordt. Hij verkondigde het Koninkrijk van God als een werkelijkheid die nabijgekomen was en zich zelfs binnen in ons bevindt.
Het Koninkrijk is er al.
Waarom zouden we de uiteindelijke overwinning op zonde, vergankelijkheid en dood dan principieel buiten ons huidige bestaan plaatsen?
Het eeuwige Leven dat Jezus openbaarde raakt niet slechts een zogenaamd ‘geestelijk’ deel van de mens. Verlossing omvat ons hele mens-zijn: geest, ziel én lichaam. Wanneer geestelijk en lichamelijk van elkaar worden gescheiden, kan deze samenhang gemakkelijk uit beeld raken.
Van sterfelijkheid naar onsterfelijkheid
Paulus spreekt opvallend genoeg niet over wat er met mensen gebeurt ná hun lichamelijke dood. Hij spreekt over de verandering van het sterfelijke lichaam.
“En als de Geest van Hem Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zal Hij Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, Die in u woont.” (Romeinen 8:11)
Niet onze dode lichamen, maar onze sterfelijke lichamen worden levend gemaakt.
Ook de schepping ziet uit naar bevrijding uit de slavernij van de vergankelijkheid en naar de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God (Romeinen 8:21). Verlossing is daarmee niet een ontsnapping uit de lichamelijke werkelijkheid, maar de transfiguratie ervan.
God verheerlijken met je lichaam
Paulus schrijft:
“Verheerlijk dan God in uw lichaam.” (1 Korintiërs 6:20)
Ons lichaam is geen tijdelijke verpakking die uiteindelijk moet worden afgedankt. Juist ons lichamelijke bestaan is betrokken bij de heerlijkheid van God.
De voltooiing daarvan is niet het verdwijnen van het lichaam, maar de verheerlijking ervan.
Het sterfelijke doet onsterfelijkheid aan
In 1 Korintiërs 15 wordt deze werkelijkheid nog explicieter:
“Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. En wanneer dit vergankelijke onvergankelijkheid zal aandoen en dit sterfelijke onsterfelijkheid zal aandoen, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: De dood is verslonden tot overwinning.” (1 Korintiërs 15:53-54)
Opnieuw spreekt Paulus over het sterfelijke, niet over het reeds gestorven lichaam.
De beweging is van vergankelijkheid naar onvergankelijkheid, van sterfelijkheid naar onsterfelijkheid, van dood naar Leven.
Van heerlijkheid tot heerlijkheid
Paulus beschrijft deze verandering als een metamorfose:
“Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt.” (2 Korintiërs 3:18)
Paulus spreekt hier over een doorgaande metamorfose van heerlijkheid tot heerlijkheid. Het Christus-Leven dat reeds in ons werkzaam is, vindt zijn voltooiing in de transfiguratie van ons hele bestaan.
Niet ontkleed, maar overkleed
Dat wordt nog duidelijker in 2 Korintiërs 5. Paulus verlangt niet naar een lichaamloze toestand:
“Want ook wij, die in deze tent zijn, zuchten terwijl we bezwaard zijn, omdat we niet ontkleed, maar overkleed willen worden, zodat het sterfelijke door het leven wordt verslonden.” (2 Korintiërs 5:4)
Dit is een sleuteltekst.
Paulus verlangt ernaar dat het sterfelijke door het Leven wordt verslonden. De Geest is daarvan het onderpand.
Het gaat niet om ontsnappen uit ons fysieke bestaan, maar om de uiteindelijke transfiguratie ervan.
Ons vernederde lichaam wordt veranderd
Ook Filippenzen 3:21 spreekt niet over het afleggen van lichamelijkheid, maar over de verandering ervan. Christus:
“Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.” (Filippenzen 3:21)
Het vernederde lichaam wordt veranderd.
De bestemming van het menselijke lichaam is daarmee niet vergankelijkheid, maar heerlijkheid.
Onvergankelijk Leven is aan het licht gebracht
Paulus vat het krachtig samen:
“… onze Zaligmaker Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht heeft door het Evangelie.” (2 Timotheüs 1:10)
Het evangelie openbaart Leven en onvergankelijkheid.
Dat Leven is niet uitsluitend een belofte voor een hiernamaals. Het Christus-Leven is reeds hier en nu aanwezig en werkzaam. De uiteindelijke verheerlijking van het lichaam is de voltooiing van die werkelijkheid.
Wie leeft en gelooft, zal niet sterven
Misschien wordt nergens scherper zichtbaar hoe radicaal deze boodschap is dan in de woorden van Jezus:
“En ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid. Gelooft u dat?” (Johannes 11:26)
Die laatste vraag blijft staan:
Geloof je dat?
Deze woorden nodigen ons uit opnieuw te luisteren naar wat hier werkelijk wordt gezegd.
Het Koninkrijk van God is geen werkelijkheid die pas begint wanneer ons lichaam sterft. Het eeuwige Leven is reeds in ons werkzaam. Christus in ons is de hoop op heerlijkheid, terwijl de Geest het onderpand is van een werkelijkheid waarin uiteindelijk ook het sterfelijke door het Leven wordt verslonden.
Ons fysieke lichaam staat daar niet buiten. Het deelt in de metamorfose en is bestemd voor heerlijkheid.
Reflectievragen
- In hoeverre zie jij eeuwig Leven als een werkelijkheid voor het hier en nu?
- Wat betekent het voor jou dat Paulus niet verlangt naar ontkleding, maar naar overkleding?
- Wat roept Jezus’ vraag “Gelooft u dat?” bij jou op?
Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.
Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.
