Christus in ons is niet hetzelfde als in Christus zijn
Paulus gebruikt in zijn brieven meer dan tachtig keer de uitdrukking in Christus (Grieks: en Christō). Opvallend genoeg spreekt hij nergens over in Jezus zijn. Wanneer Paulus het mysterie beschrijft dat eeuwenlang verborgen is geweest, spreekt hij bovendien over Christus in ons, de hoop op heerlijkheid — niet over Jezus in ons.
Dat onderscheid is essentieel.
Christus is nauw verbonden met de zalving van Gods Geest. In Jezus van Nazareth werd deze Christus-werkelijkheid volledig zichtbaar. Hij leefde vanuit de zalving van de Geest en maakte zichtbaar wat het betekent wanneer een mens volledig vanuit Gods Leven leeft.
Wanneer Jezus in het hogepriesterlijk gebed spreekt over ‘ik in u en u in mij’, gaat het daarom ten diepste over wederzijdse participatie in Gods Leven: het goddelijke Leven in de mens én de mens die vanuit dat Leven leeft.
Johannes gebruikt voor de zalving een vergelijkbare beweging:
“En wat u betreft, de zalving die u van Hem hebt ontvangen, blijft in u, en u hebt het niet nodig dat iemand u onderwijst; maar zoals deze zalving u onderwijst met betrekking tot alle dingen — en die zalving is waar en is geen leugen — en zoals ze u heeft onderwezen, zo moet u in Hem blijven.” (1 Johannes 2:27)
De zalving is in ons, terwijl wij worden uitgenodigd in die zalving te blijven. Johannes verbindt deze zalving met Waarheid. Het is de Geest die ons bewustzijn opent voor de volle Waarheid.
“Doch wanneer Hij komt, de Geest van de waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid.” (Johannes 16:13)
Hier ligt de sleutel tot het onderscheid tussen Christus in ons en in Christus zijn.
Twee uitdrukkingen met een verschillende betekenis
Christus in ons en in Christus zijn kunnen gemakkelijk als twee manieren worden verstaan om dezelfde werkelijkheid te beschrijven. Daarbij kan de gedachte ontstaan dat Christus pas in een mens komt wonen wanneer hij tot geloof komt en dat hij vanaf dat moment ook in Christus is.
Onze identiteit wordt dan verbonden met het al dan niet in Christus zijn. Ook Jezus van Nazareth kan daarbij rechtstreeks met deze uitdrukkingen worden verbonden, waardoor Christus in ons wordt verstaan als Jezus die in ons woont en in Christus zijn als ons bestaan in Jezus.
Paulus spreekt echter nergens over Jezus in ons of in Jezus zijn. Wanneer Christus en Jezus van Nazareth zonder onderscheid met elkaar worden vereenzelvigd én vervolgens Christus in ons en in Christus zijn als hetzelfde worden beschouwd, kan het onderscheid tussen beide uitdrukkingen uit beeld verdwijnen.
Juist dat onderscheid wil ik hier zichtbaar maken.
Christus is de werkelijkheid waarin alles bestaat
Paulus schrijft:
“Want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem.” (Kolossenzen 1:16–17)
Alles en iedereen vindt volgens Paulus zijn oorsprong en samenhang in Christus. De schepping wordt gedragen en doordrongen door Gods Geest. Christus is daarom geen werkelijkheid die pas verschijnt wanneer iemand christen wordt.
De hele schepping vindt haar oorsprong in het Licht van God.
“En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht.” (Genesis 1:3)
Johannes sluit daarbij aan:
“Dit was het waarachtige Licht, dat in de wereld komt en ieder mens verlicht. Hij was in de wereld en de wereld is door Hem ontstaan en de wereld heeft Hem niet gekend.” (Johannes 1:9–10)
Het probleem is dus niet dat het Licht afwezig is. Het probleem is dat het niet wordt herkend.
Christus in ons: het verborgen mysterie
Paulus schrijft enkele verzen later:
“Namelijk het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen. Aan hen heeft God willen bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheimenis onder de heidenen: Christus onder u, de hoop op de heerlijkheid.” (Kolossenzen 1:26–27)
Christus in ons is geen werkelijkheid die pas ontstaat wanneer iemand tot geloof komt. Paulus spreekt over een mysterie dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest.
Het was er al, maar werd niet gezien.
In Jezus van Nazareth werd deze Christus-werkelijkheid historisch zichtbaar. Hij openbaarde wat in de mens en de schepping reeds als goddelijke werkelijkheid aanwezig is: wij bestaan niet los van God, maar worden van binnenuit gedragen door zijn Geest.
Daarom is onze diepste identiteit niet zondaar. Onze diepste identiteit is onze Christus-identiteit: het mens-zijn zoals het in Gods werkelijkheid bedoeld, gedragen en gekend is.
Die Christus-identiteit kan ons door niets of niemand worden afgenomen. Niets kan ons scheiden van de Liefde van Christus. Juist daarin ligt onze hoop op heerlijkheid.
Paulus trekt uiteindelijk de radicale conclusie:
“Christus is alles en in allen.” (Kolossenzen 3:11)
In Christus zijn: leven vanuit je Christus-identiteit
Wanneer Paulus spreekt over in Christus zijn, gaat het daarom niet over de vraag of Christus wel of niet in ons aanwezig is. Onze Christus-identiteit staat niet voortdurend op het spel.
In Christus zijn gaat over participatie: leven vanuit de Christus-werkelijkheid die ons reeds draagt.
Het gaat om wandelen in de Geest.
Wanneer we naar het vlees wandelen, leven we vanuit wat voor ogen is: vanuit een verduisterd bewustzijn waarin wij onszelf en anderen beoordelen naar onze uiterlijke, vergankelijke bestaanswijze. Dan leven we niet vanuit onze diepste Christus-identiteit.
Paulus gebruikt in Galaten 5:4 het Griekse katargeō. Dat woord kan worden vertaald met buiten werking stellen of inactief maken:
“U bent van Christus losgeraakt, u die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; en daarmee bent u uit de genade gevallen.” (Galaten 5:4)
Christus verdwijnt daarmee niet uit ons bestaan. Wij maken het Christus-Leven in ons als het ware inactief, doordat wij niet leven vanuit wat in Christus reeds werkelijkheid is.
De mens is geroepen om als zoon van God openbaar te worden. We worden niet iets wat we nog niet zijn; zichtbaar moet worden wie we in Gods werkelijkheid reeds zijn.
Zolang we naar het vlees wandelen, leven we beneden onze stand. Zonde is dan niet juridische schuld, maar doel missen: niet openbaar worden als de mens die we werkelijk zijn.
Van het vlees naar de Geest
Onder het oude verbond was de wet van Mozes gericht op de mens naar het vlees. De werkelijkheid van Christus in ons was nog een verborgen mysterie. Men was zich nog niet bewust van de Christus-werkelijkheid waarin mens en schepping vanaf het begin gedragen worden.
Gods genade betekent juist dat onze ware identiteit niet door de wet wordt bepaald.
Zodra wij onszelf alsnog proberen te rechtvaardigen vanuit de wet, keren we terug naar het vlees. Daarom schrijft Paulus:
“Bent u zo dwaas? U die met de Geest begonnen bent, gaat u nu eindigen met het vlees?” (Galaten 3:3)
Wanneer verlossing wordt verstaan vanuit overtreding van de wet, veroordeling en een zondoffer dat nodig is voor onze rechtvaardiging, blijft het denken over gerechtigheid verbonden met een juridisch kader van wet en schuld.
Paulus richt onze aandacht op een andere werkelijkheid wanneer hij schrijft dat hij niemand meer naar het vlees kent (2 Korintiërs 5:16).
Zolang wij onszelf of anderen naar het vlees kennen, wandelen we niet vanuit het Christus-Leven. Ons bewustzijn blijft dan gericht op de oude werkelijkheid van scheiding, schuld en tekort, waardoor Christus in ons niet vrij tot uitdrukking komt.
Van Christus in ons naar het Christus-Leven
Wanneer ons bewustzijn opengaat voor Christus in ons en wij onze ware Christus-identiteit gaan herkennen, gaan we in Christus leven.
Dan wandelen we in de Geest.
De vrucht van de Geest hoeft vervolgens niet vanuit menselijke inspanning te worden geproduceerd. Zij begint vanzelf te groeien en zichtbaar te worden, omdat het Christus-Leven ruimte krijgt om zich door ons heen uit te drukken.
Daarom verandert ook onze blik op andere mensen. Wie zichzelf niet langer naar het vlees kent, kan uiteindelijk ook een ander niet meer naar het vlees kennen.
“Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.” (2 Korintiërs 5:17)
In Christus verandert niet Gods blik op de werkelijkheid. Ons bewustzijn gaat open voor de werkelijkheid zoals God haar ziet.
Wat betekent dit voor het evangelie van het Koninkrijk?
Dit onderscheid heeft grote gevolgen voor de manier waarop we naar onszelf, andere mensen en het evangelie kijken.
Gods Geest draagt en doordringt alle mensen. Er bestaat daarom geen fundamenteel ontologisch onderscheid tussen christenen en niet-christenen. We behoren tot één mensheid, kinderen van één Vader. De mensheid vormt het Lichaam van Christus.
Redding is bewustwording en uiteindelijk volledige bevrijding: ontwaken voor onze ware Christus-identiteit en steeds vollediger participeren in het Christus-Leven. Dat gaat veel verder dan rationeel weten of geloven wie we zijn. Het vraagt om openbaring van Christus in ons. Daarin ligt het onderpand van de uiteindelijke bevrijding van zonde, dood en vergankelijkheid.
Het wezenlijke verschil tussen mensen ligt daarom niet in hun ontologische identiteit, maar in hun bewustzijn. Er zijn mensen die zich bewust worden van hun Christus-identiteit en mensen voor wie deze werkelijkheid nog verborgen is.
“Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.” (Lukas 23:34)
Het evangelie van het Koninkrijk richt zich op de ene nieuwe mens en nodigt ons uit wakker te worden voor wat in Gods werkelijkheid reeds waar is.
Daarom vraagt de jonge wijn van het Koninkrijk om nieuwe wijnzakken.
Niemand meer naar het vlees kennen. Niet jezelf. Niet de ander.
Leven vanuit Christus in ons.
Dát is in Christus zijn.
Reflectievragen
- Zie jij Christus in ons als iets wat een mens nog moet ontvangen, of als een werkelijkheid waarvoor je bewustzijn geopend mag worden?
- Wat verandert er wanneer je in Christus zijn niet ziet als je identiteit, maar als leven vanuit je Christus-identiteit?
- Wat betekent “Christus is alles en in allen” voor de manier waarop je naar mensen kijkt die zichzelf geen christen noemen?
Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.
Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.

5 reacties op “Het verschil tussen ‘Christus in ons’ en ‘in Christus’ zijn”
“Laudetur Iesus Christus” –
“In saecula saeculorum! Amen.”
“Geloof zij Jezus Christus” –
“In alle eeuwigheid! Amen”.
Het was deze vroeg Christelijke groet waar ik op kostschool mee wakker werd gemaakt en tegelijkertijd de lichten aangingen. Wij diende dan hardop te antwoorden; “In saecula saeculorum! Amen.”
Nu in deze benauwde tijd, spreek ik deze vroeg Christelijke groet weer dagelijks uit, wat mij veel kracht schenkt in verbinding met de hoogst haalbare Lichtspiralen van
onnoemelijke Liefde, wijsheid en goedheid.
“Christus in u en u in Christus”.
Guido
Mooi Guido!
goedemiddag! ik vindt het nog erg lastig om het te verwoorden naar mensen om me heen, maar een positief opbouwende feedback verlang ik erg naar!
Dag Herman, dankjewel voor je bericht!
Waar zou je graag positieve opbouwende feedback op willen ontvangen?
Ik heb het verkeerd begrepen / omschreven, maar ben benieuwd hoe u het evangelie van het koninkrijk zou delen met mensen.