Wij nemen de buitenwereld waar vanuit onze binnenwereld. Wat in ons bewustzijn leeft, bepaalt mede hoe wij naar onszelf, de ander en de wereld kijken. Zolang ons bewustzijn verduisterd is, nemen we de werkelijkheid vanuit die verduistering waar. Dat geldt ook voor onze relaties met andere mensen. Wat wij over onszelf geloven en hoe wij onszelf zien, werkt door in de manier waarop wij de ander waarnemen.
Veroordeling van de ander hangt daarom nauw samen met veroordeling van onszelf. Jezus veroordeelde niemand en Paulus schrijft dat hij niemand meer naar het vlees kende. Zij keken niet langer vanuit het oude, verduisterde mensbeeld. De weg uit veroordeling begint wanneer we onszelf leren zien vanuit Gods werkelijkheid.
God is Licht en kent geen duisternis
God is als de zon.
“Evenmin als de zon ooit schaduw kan zien, kan God, die Licht is, ooit duisternis of zonde zien. Alleen als je zelf in de schaduw leeft, zie je alles vanuit de schaduw.”
Frans Horsthuis
De zon kan de schaduw niet waarnemen, omdat deze zich ergens achter bevindt. Zo kent God onze duisternis niet. God kent niemand naar het vlees. Zolang wij dat wel doen, blijven we de duisternis bij onszelf en bij de ander waarnemen.
Het Koninkrijk van God wordt in onze buitenwereld zichtbaar wanneer onze binnenwereld wordt verlicht door het Licht van Christus. Niet omdat Gods werkelijkheid dan pas ontstaat, maar omdat wij haar steeds helderder gaan waarnemen.
De tussenmuur van het verduisterde bewustzijn
Het op gedachten gebaseerde ego fungeert als een tussenmuur die onderscheid maakt tussen de oude mens en de nieuwe Mens. Zolang wij ons identificeren met de oude mens, leven we als het ware in de schaduw van die tussenmuur: in de duisternis.
De wet, als beeld van de kennis van goed en kwaad, versterkt deze identificatie doordat wij onszelf vanuit goed en kwaad beoordelen en veroordelen. Daarom gaat het om het ontwaken van ons Christus-bewustzijn. In Christus is de tussenmuur die vijandschap brengt afgebroken en wordt zichtbaar dat wij deel uitmaken van de ene nieuwe Mens. Waar dat bewustzijn doorbreekt, ontstaat vrede.
Jezus van Nazareth is ons op deze Weg voorgegaan.
“Want Hij is onze vrede, Die beiden één gemaakt heeft. En door de tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken, heeft Hij de vijandschap in Zijn vlees tenietgedaan, namelijk de wet van de geboden, die uit bepalingen bestond, opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe Mens zou scheppen en zo vrede zou maken.” (Efeziërs 2:14–15)
Niemand meer kennen naar het vlees
Wanneer we ons bewust worden van de ene nieuwe Mens, verandert ook onze waarneming van de ander. We kennen dan niemand meer naar het vlees (2 Korintiërs 5:16). De tussenmuur die onderscheid maakt, bepaalt niet langer onze blik. In de ander gaan we dezelfde Christus-werkelijkheid herkennen die we in onszelf hebben ontdekt.
Wie de ander zonder veroordeling en onvoorwaardelijk wil liefhebben, kan zichzelf niet blijven veroordelen. Vrede met de ander begint bij vrede in onze eigen binnenwereld.
Dat gold ook voor Jezus toen hij op aarde rondwandelde. Hij zag zichzelf vanuit Gods werkelijkheid: als de geliefde zoon in wie God een welbehagen had. In hem werd zichtbaar wie de mens is wanneer hij volledig vanuit zijn Christus-identiteit leeft.
Willen wij onze medemensen vanuit Gods werkelijkheid zien en hen onvoorwaardelijk liefhebben, dan vraagt dat dezelfde verandering van bewustzijn. We ontdekken onszelf als deel van de ene nieuwe Mens, als participerend in Christus. Wanneer dit niet alleen een overtuiging blijft maar ons bewustzijn gaat bepalen, worden we werkelijk ‘als Jezus’ in deze wereld (1 Johannes 4:17).
Ik Ben: leven vanuit je Christus-identiteit
Vanuit dat bewustzijn krijgen de woorden die Jezus over zichzelf sprak een verrassende betekenis. Wat in hem zichtbaar werd, openbaart de Christus-werkelijkheid waaraan ook wij deelhebben:
Ik Ben de geliefde Zoon van God (m/v).
Ik Ben de Gezalfde des Heren.
Ik Ben de Heerlijkheid van de Heer.
Ik Ben het Licht der wereld.
Ik Ben het Zout der aarde.
Ik Ben het Brood des levens.
Ik Ben het levende Water.
Ik Ben de Deur.
Ik Ben de Weg, de Waarheid en het Leven.
Ik Ben de Alpha en de Omega.
Ik Ben de ware Wijnstok.
Ik Ben de goede Herder.
Ik Ben zachtmoedig en nederig van hart.
Ik Ben een koninklijke priester.
Ik Ben een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan.
Ik Ben de ene nieuwe Mens.
Ik Ben … de Christus. (Vul je eigen naam in op de stippellijn.)
Deze uitspraken kunnen weerstand oproepen. Juist daarin worden we uitgenodigd om te onderzoeken in hoeverre we werkelijk durven leven vanuit de Christus-identiteit die in Jezus zichtbaar werd.
Kun je dit werkelijk van jezelf zeggen?
Maar kun je dit allemaal werkelijk van jezelf zeggen?
Als het oude voorbij is en wij een nieuwe schepping zijn, deel van de ene nieuwe Mens, dan kunnen wij dit inderdaad vanuit de Christus-werkelijkheid over onszelf zeggen. Daarvoor moet het vlees voor gekruisigd worden gehouden en de oude mens worden afgelegd. Niet meer rekenen met het oude — niet bij onszelf en ook niet bij de ander.
Zolang we blijven rekenen met de oude mens van de ander, rekenen we ook in onszelf nog met het vlees. De bovenstaande Ik-Ben-uitspraken kunnen daarom alleen vanuit het perspectief van de nieuwe Mens worden uitgesproken, waarbij de oude mens buiten beschouwing wordt gelaten.
Dat vraagt om een resolute verschuiving van identificatie: niet langer het oude als onze diepste identiteit beschouwen, maar leven vanuit wie wij in Christus werkelijk zijn.
Paulus schrijft:
“Wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, dan erken ik dat de wet goed is. Dan ben ik het niet die handelt, maar de zonde die in mij heerst.” (Romeinen 7:16–17)
Niet meer het oude ik, maar Christus
Paulus weigerde zichzelf met het oude te identificeren. Hij zag zichzelf als nieuwe schepping. Niet langer zijn oude ik, maar Christus leefde in, door en als hem.
Het grote probleem van de mensheid is dat wij ons niet bewust zijn van wie wij ten diepste zijn. Zolang we niet durven geloven dat we een nieuwe schepping zijn, zal deze werkelijkheid ook niet ons bewustzijn gaan bepalen.
Daarom is Christus-bewustzijn geen poging om iets te worden wat we nog niet zijn. Het is ontwaken voor de werkelijkheid die onder de bedekking van het oude mensbeeld verborgen is gebleven.
Het Koninkrijk zichtbaar vanuit je binnenwereld
De buitenwereld die wij waarnemen, wordt mede bepaald door onze binnenwereld. Zolang we ons blijven identificeren met de oude mens en verwachten dat deze bestaanswijze tot onze lichamelijke dood bepalend blijft, verandert onze waarneming van de werkelijkheid niet wezenlijk.
Maar wanneer we onszelf werkelijk gaan zien zoals Jezus zichzelf zag, verandert ook onze blik op de ander en op de wereld.
Dan worden we werkelijk ‘als Jezus’ in deze wereld.
Het Koninkrijk van God hoeft niet van buitenaf naar ons toe te komen. Het is reeds werkelijkheid. Naarmate ons bewustzijn wordt verlicht door het Licht van Christus, wordt wat verborgen was steeds zichtbaarder in ons leven en daarmee op aarde.
Reflectievragen
- Vanuit welk beeld van jezelf kijk jij meestal naar andere mensen?
- Welke van de Ik-Ben-uitspraken roept bij jou de meeste weerstand op — en waarom?
- Wat verandert er in jouw blik op jezelf, de ander en de wereld wanneer je jezelf ziet als deel van de ene nieuwe Mens?
Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.
Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.
