“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.”
(Johannes 3:3)
Wedergeboorte en het zien van het Koninkrijk
Jezus verbindt wedergeboorte met het zien van het Koninkrijk van God. Onze geestelijke ogen gaan open voor een werkelijkheid die eerder voor ons verborgen bleef. Het Koninkrijk wordt niet door ons geloof tot stand gebracht, maar is hier en nu aanwezig. Wedergeboorte verandert de manier waarop we die werkelijkheid leren waarnemen en van daaruit leven.
Paulus beschrijft die vernieuwing als een nieuwe schepping:
“Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.”
(2 Korintiërs 5:17)
Vanuit dat perspectief krijgen ook genezing, tekenen en wonderen hun plaats. In de evangeliën zijn ze zichtbare tekenen van het Koninkrijk. Ze laten iets zien van Gods bedoeling met de mens: bevrijding, herstel en heelheid. Maar dat betekent niet automatisch dat overal waar het Koninkrijk wordt verkondigd iedere lichamelijke ziekte hier en nu verdwijnt.
Juist daar ontstaat een belangrijke vraag: waarom geneest de ene mens wel en de andere niet?
Van duisternis naar Licht
Wanneer onze geestelijke ogen opengaan, verandert onze manier van kijken. Waar verduisterd bewustzijn ons gemakkelijk gevangenhoudt in angst, tekort en gebrokenheid, opent Christus-bewustzijn onze ogen voor de werkelijkheid van Gods Koninkrijk.
Dat betekent niet dat ziekte, pijn of gebrokenheid worden ontkend. Ze zijn werkelijk en kunnen diep ingrijpen in een mensenleven. Het Koninkrijk leren zien betekent daarom niet dat we de zichtbare werkelijkheid negeren, maar dat die werkelijkheid niet langer het enige perspectief bepaalt van waaruit we leven.
In Jezus zien we wat het betekent om vanuit vertrouwen op God en de werkelijkheid van Zijn Koninkrijk te leven. Hij ontmoette zieken niet vanuit angst voor hun gebrokenheid, maar vanuit bewogenheid, vrijheid en heelheid. Genezing was daarbij geen techniek, maar een teken van het Leven dat in en door hem zichtbaar werd.
Genezing als teken van het Koninkrijk
De evangeliën vertellen indrukwekkende verhalen over mensen die door Jezus werden genezen. Soms kwamen grote groepen naar hem toe en lezen we dat allen werden genezen.
“En er kwamen grote menigten naar Hem toe. Zij hadden kreupelen, blinden, stommen, verminkten en vele anderen bij zich en legden die aan de voeten van Jezus; en Hij genas hen.”
(Matteüs 15:30)
Ook bij de eerste volgelingen van Jezus lezen we over bijzondere genezingen. Zelfs de schaduw van Petrus en doeken die met Paulus in aanraking waren geweest, worden in Handelingen verbonden met genezing en bevrijding.
Deze verhalen laten zien dat genezing een krachtige manifestatie van het Koninkrijk kan zijn. Toch geeft het Nieuwe Testament ons geen eenvoudige formule waarmee lichamelijke genezing gegarandeerd kan worden. Ook kunnen we uit het uitblijven van genezing niet zonder meer afleiden dat er onvoldoende geloof, onvoldoende zalving of onvoldoende geestelijk bewustzijn aanwezig is.
Dat onderscheid is belangrijk.
Wanneer genezing het doel wordt
Het verlangen naar lichamelijke genezing is begrijpelijk en waardevol. Wie ziek is, mag verlangen naar herstel, ervoor bidden en gebruikmaken van de mogelijkheden die medische zorg biedt. Tegelijk is lichamelijke genezing niet de volledige betekenis van heelheid in het evangelie.
Wanneer genezing het centrale doel wordt, kan ongemerkt een enorme druk ontstaan. Mensen komen met hoge verwachtingen naar een bijeenkomst en zien anderen misschien getuigen van herstel, terwijl hun eigen lichaam niet geneest. Dan ligt de vraag al snel voor de hand: heb ik niet genoeg geloof? Heb ik iets verkeerd gedaan? Is er een blokkade in mij?
Juist daar is voorzichtigheid nodig.
Het evangelie nodigt ons niet uit om de verantwoordelijkheid voor het uitblijven van lichamelijke genezing bij de zieke neer te leggen. Evenmin hoeven we de verklaring onmiddellijk te zoeken in een tekort aan geloof, geestelijke volwassenheid of bewustzijn.
Soms weten we eenvoudigweg niet waarom genezing wel of niet plaatsvindt.
Jezus en de werkelijkheid van heelheid
Jezus maakte Gods bewogenheid met zieke en gebroken mensen op een bijzondere manier zichtbaar. De evangeliën vertellen herhaaldelijk dat mensen in zijn aanwezigheid werden genezen en bevrijd. Daarmee werd iets zichtbaar van de werkelijkheid van het Koninkrijk.
Maar ook deze verhalen moeten zorgvuldig worden gelezen. Niet iedere evangelietekst zegt dat Jezus op ieder moment alle zieken in zijn omgeving genas. Bij het badwater van Bethesda bevond zich bijvoorbeeld een menigte zieken, terwijl Johannes vertelt hoe Jezus één van hen benaderde en genas (Johannes 5:1-9).
Daarom kunnen we van de genezingen van Jezus niet zonder meer een universele methode afleiden waarmee wij vandaag ieder ziekteproces zouden kunnen beëindigen.
Wat we wél in Jezus zien, is een leven waarin Gods Liefde, bewogenheid, vrijheid en heelheid zichtbaar werden. De tekenen die hem volgden wezen naar die diepere werkelijkheid.
De plaats van zalving en geestelijke ervaring
Ook vandaag kunnen mensen tijdens gebed of samenkomsten krachtige ervaringen hebben en soms lichamelijke genezing ontvangen. Zulke ervaringen hoeven we niet te verkleinen of weg te verklaren. Ze kunnen van grote betekenis zijn voor degene die ze ontvangt.
Maar de aanwezigheid van Gods Geest kan niet uitsluitend worden afgemeten aan het aantal genezingen dat tijdens een bijeenkomst plaatsvindt. Evenmin betekent het uitblijven van lichamelijke genezing dat God afwezig is.
De zalving van de Geest is daarom geen instrument waarmee wij een bepaald resultaat kunnen produceren. Zoals Johannes schrijft:
“En wat u betreft, de zalving die u van Hem hebt ontvangen, blijft in u.”
(1 Johannes 2:27)
De Geest nodigt ons uit om steeds verder te ontwaken voor Christus in ons en vanuit die werkelijkheid te leven. Daaruit kunnen bijzondere tekenen voortkomen, maar de vrucht van de Geest wordt ook zichtbaar in Liefde, vrede, vreugde, vrijheid, vertrouwen en innerlijke heelheid.
Geen schuld wanneer genezing uitblijft
Juist rond genezing is dit misschien wel een van de belangrijkste dingen die we tegen elkaar kunnen zeggen: wanneer iemand niet geneest, hoeven we daar niet onmiddellijk een geestelijke verklaring voor te zoeken.
Het kan bijzonder pijnlijk zijn wanneer iemand die al met ziekte leeft daarnaast het gevoel krijgt dat zijn geloof tekortschiet, dat hij onvoldoende positief denkt of dat zijn bewustzijn nog niet ver genoeg vernieuwd is. Daarmee wordt aan lichamelijk lijden een tweede last toegevoegd.
We mogen bidden om genezing en tegelijkertijd eerlijk erkennen dat we niet alles begrijpen. We mogen dankbaar zijn wanneer lichamelijk herstel plaatsvindt en naast iemand blijven staan wanneer dat herstel uitblijft.
In beide situaties blijft Gods aanwezigheid dezelfde.
Genezing binnen een grotere werkelijkheid
Misschien helpt het daarom om genezing niet los te zien van de veel ruimere werkelijkheid van verlossing. Het evangelie gaat over de bevrijding en vernieuwing van de hele mens en uiteindelijk van de hele schepping.
Lichamelijke genezing kan daarvan een prachtig teken zijn, maar is nog niet de uiteindelijke voltooiing. Ook een genezen lichaam blijft sterfelijk. Paulus richt onze hoop uiteindelijk op iets dat verder gaat: de bevrijding van de schepping uit de vergankelijkheid en de verheerlijking van ons bestaan.
Daarom hoeven we genezing niet kleiner te maken, maar ook niet groter dan zij is.
We mogen verlangen naar herstel en tegelijkertijd onze diepste hoop niet verbinden aan de vraag of ieder lichaam hier en nu geneest. Onze hoop ligt in het Christus-Leven dat reeds in ons werkzaam is en uiteindelijk heel ons bestaan zal omvatten.
Leven vanuit het Koninkrijk
De weg vooruit ligt daarom niet in het vinden van een steeds betere methode waarmee genezing gegarandeerd kan worden. De uitnodiging is veel ruimer: onze geestelijke ogen mogen opengaan voor de werkelijkheid van Gods Koninkrijk hier en nu.
Vanuit Christus-bewustzijn leren we ziekte en gebrokenheid niet te ontkennen, maar ze ook niet het laatste woord te geven. We mogen bidden, mensen nabij zijn, medische hulp ontvangen, verlangen naar genezing en tegelijkertijd rusten in een werkelijkheid die groter is dan wat we op dit moment lichamelijk ervaren.
Tekenen en wonderen mogen daarvan getuigen. Wanneer genezing plaatsvindt, mogen we ons daarover verheugen. Wanneer zij uitblijft, betekent dat niet dat Gods Koninkrijk verder weg is of dat iemand geestelijk tekortschiet.
Want de uiteindelijke hoop van het evangelie rust niet op ons vermogen om ieder ziek lichaam nu te genezen, maar op Gods beweging naar de voltooiing waarin vergankelijkheid plaatsmaakt voor onvergankelijkheid en God alles in allen zal zijn.
Reflectievragen
- Waar ligt jouw diepste focus wanneer je met ziekte wordt geconfronteerd: uitsluitend op lichamelijk herstel, of ook op de bredere werkelijkheid van Gods Koninkrijk?
- Wat betekent het voor jou dat Christus in jou de bron is van Leven en heelheid, ook wanneer lichamelijke genezing niet direct zichtbaar wordt?
- Kun jij ruimte laten voor het verlangen naar genezing én voor het niet-weten wanneer genezing uitblijft?
Resoneert dit artikel bij je, of roept het vragen op?
Je bent van harte welkom om contact met ons op te nemen — we denken graag met je mee.
Samen bouwen aan bewustwording
Wil je helpen om deze boodschap verder te verspreiden? Met een vrijwillige bijdrage ondersteun je ons werk en maak je nieuwe artikelen mogelijk. Elke bijdrage, groot of klein, helpt ons enorm en wordt van harte gewaardeerd.
Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Schrijf je dan hieronder in voor onze nieuwsbrief.
